Nieuws

Wormen bestrijden in de biologische pluimveehouderij

Gepubliceerd op
4 januari 2011

Eind november kwamen experts in Leusden bijeen om onderzoeksvragen én praktijkadviezen te formuleren om maagdarmwormen te bestrijden met een minimaal gebruik van chemische middelen. De experts bespraken vooral mogelijke preventieve middelen en de werking van bepaalde kruiden.

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom krijgen preventieve maatregelen veel aandacht. Aangeraden wordt om als (biologisch) pluimveehouder routinematig te monitoren en vinger aan de pols te houden.

Weerstand

De weerstand van de dieren is belangrijk: een wormbesmetting hoeft niet altijd te leiden tot zieke dieren. Het ene dier kan er beter tegen dan het andere. In het algemeen kan een kip wel tegen een stootje. Maar een veehouder kan zelf ook bijdragen aan een betere weerstand bij zijn dieren door goed voer te verstrekken en de stallen goed schoon te maken.

Behandelen of niet

Tussen pluimveebedrijven bestaat een grote variatie in de besmettingsdruk en hoe pluimveehouders ermee omgaan. Wanneer moet je ingrijpen en hoe? Een eerste richtlijn is of de productie, groei, uitval en voeropname in orde zijn. Op basis daarvan herken je vaak het probleem. Als deze in orde zijn, moet je je afvragen of behandelen nodig is. Als de kippen niet in orde zijn, dan is het belangrijk te kijken naar de mest (mengmonster) en de hen (sectie). Dus het type vorm achterhalen om een bijpassende behandeling te zoeken.

Meer kennis over effectieve kruiden

Bij een wormbesmetting is het biologisch principe liefst niet behandelen met chemische middelen, maar met alternatieven. De natuurlijke middelen wilgenbast en Allicine zouden kunnen werken, maar dit moet bij leghennen nog onderzocht worden Wilgenbast bevat salycine, een soort natuurlijke pijnstiller. Allicine, een knoflookextract, heeft een kiemdodende werking.
Biologische pluimveehouders hebben soms echter de ervaring dat kruiden tegen wormen niet effectief genoeg zijn, of ze weten niet hoe ze die precies moeten toepassen, en gebruiken in voorkomende gevallen – zoals problemen met voeropname – in overleg met de dierenarts toch Flubendazole door het voer om te ontwormen.
Het is zaak om de juiste balans in chemische en alternatieve middelen te vinden, waarbij het belangrijk is de kennis over werkzame kruiden nog beter naar de praktijk te communiceren!

Praktisch boekje

Vanuit het onderzoek is voorgesteld om de beschikbare kennis van de laatste jaren te inventariseren. Een literatuurstudie in 2007 heeft een aantal aanwijzingen opgeleverd voor een aantal managementmaatregelen en alternatieve behandelmethoden. Deze moeten nog wel onderzocht worden onder Nederlandse omstandigheden. Een wormvrije opfok is ook belangrijk. Ook hiervoor is onderzoek nodig.
Als afsluiting zou een praktisch boekje gemaakt kunnen worden over wormen en hoe ermee om te gaan.

Downloads

Meer downloads

Links