Nieuws

Wat is gezondheid en welzijn voor biologische varkenshouders?

Gepubliceerd op
25 oktober 2007

Onderzoekers van Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut hebben de visie op gezondheid en welzijn van biologische varkenshouders in kaart gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat voor de varkenshouders gezondheid meer is dan de afwezigheid van een lichamelijke of geestelijke ziekte of aandoening. Gezonde landbouwhuisdieren moeten zich ook kunnen handhaven in de koppel, voldoende voer opnemen en natuurlijk gedrag vertonen, volgens biologische varkenshouders.

Knelpunten in de varkenshouderij zijn het antibioticagebruik, de hoge uitval van biggen en de beperking op essentiële aminozuren. Bewust gebruik van antibiotica, deelname aan gezondheidsprogramma’s, het ontwikkelen van effectieve alternatieven, het voorrang geven van essentiële voedingsstoffen boven zelfvoorziening in de voeding en het opzetten van een bedrijfsgezondheidsplan specifiek voor de biologische varkenshouderij kunnen helpen bij het oplossen van die knelpunten.

De uitkomsten van het onderzoek geven onderzoekers en beleidsmakers een beeld van welke aspecten door de sector belangrijk worden gevonden. Dit kan als basis dienen voor nieuw onderzoek of beleid. Ook kunnen varkenshouders nu hun eigen visie toetsen aan wat er leeft bij hun collega’s.

Biologische varkenshouders denken er zo over:

  • Een gezond dier is in balans. Bij een ziek dier is het evenwicht verstoord, ook al is de aandoening in een subklinische fase.
  • Weer antibiotica door te streven naar een verhoogde weerstand van de dieren: fokkerij, preventieve vaccinaties, managementsysteem, actief euthanasiebeleid. Vervang antibiotica door alternatieven met een ‘bewezen’ werkzaamheid. Monitoren van antibioticagebruik en deelname aan gezondheidsprogramma’s kunnen het gebruik van antibiotica verminderen.
  • De hygiënehypothese voor biologische varkenshouderij moeten verder worden uitgewerkt. Desinfectie wordt nog als een noodzakelijke preventieve actie gezien.
  • Adviseurs/dierenartsen moeten redeneren vanuit de biologische varkenshouderij. In opleidingen moet meer kennis over biologische varkenshouderij worden gebracht.
  • Er is slechts een beperkt vertrouwen in het zelfregulerende vermogen en de zelfgenezende vorm van biologische varkenshouderij, onder andere omdat vleesvarkens niet lang genoeg leven om zelfgenezend vermogen te ontwikkelen. Het beroep op het zelfgenezende vermogen mag in geen geval ernstig en/of uitzichtloos lijden betekenen.
  • Met de huidige kennisontwikkeling moet het mogelijk zijn om, met hulp van één of twee dierenartspraktijken in heel Nederland, een bedrijfsgezondheidsplan specifiek voor de biologische varkenshouderij te maken.
  • Welzijn is onder praktijkomstandigheden te kwalificeren/kwantificeren (meten) met bijvoorbeeld de welzijnsmeetlat. Ook in Europees verband worden welzijnmonitoren ontwikkeld die bruikbaar zijn op bedrijfsniveau. Objectief vaststellen van welzijn kan helpen de tegenstelling in interpretatie van welzijn tussen veehouder en consument te verkleinen.
  • De biologische varkenshouderij is niet vanzelfsprekend goed voor het varken: buitenverblijven (Piglo’s) kennen bijvoorbeeld een hogere ziekte- en sterftefrequentie.
  • Volledige zelfvoorzienendheid bij het samenstellen van het rantsoen wordt niet nagestreefd in de biologische varkenshouderij. De nadruk ligt op gezondheid. Bij volledige zelfvoorzienendheid is het aanbod van essentiële voedingsstoffen in het rantsoen onvoldoende.

Klik hier voor samenvatting en complete rapport "Visie gezondheid en welzijn biologische landbouwhuisdieren".