Nieuws

Thermische loofdoding in aardappelen geniet voorkeur

Gepubliceerd op
1 juli 2014

Terwijl in Nederland thermische loofdoding standaard is in aardappelen, is hierover in Vlaanderen alsnog veel discussie. Een loofklapper is ook vaak gemakkelijker beschikbaar dan een geschikte onkruidbrander. In een brainstorm met telers werden ook aanaarden en zwadrooien gesuggereerd.

Onkruid, aardappelplaag en afrijping zijn drie belangrijke aandachtspunten bij de loofdoding van aardappelen.
De onkruidbestrijding in het begin van de teelt is relatief gemakkelijk. Naarmate het gewas afsterft, krijgen onkruiden meer licht en kunnen ze alsnog sterk ontwikkelen. Op het einde van de teelt kunnen aardappelpercelen zodoende nog sterk veronkruiden. Hierdoor wordt de oogst bemoeilijkt en is er tegelijk een groot risico op een enorme zaadontwikkeling die je de jaren nadien zuur opbreekt.
Daarnaast is er, zolang er groene gewasdelen zijn, een latent risico op plaagontwikkeling op de knollen.
Bij thermische loofdoding wordt het loof beter afgedood en is er vrijwel geen hergroei. Door de hitte worden ook de aanwezige plaagsporen afgedood.

Proefopzet

Om cijfermateriaal voor de discussie omtrent loofdoding in de biologische aardappelteelt aan te brengen, werd een kleine proefopzet in 4 herhalingen gerealiseerd op een biologisch praktijkperceel. Bij de proefaanleg op 6 augustus was het loof in grote mate aan het afrijpen en was de plaagdruk erg laag. De aanwezig onkruiddruk was beperkt.
Een eerste object werd gebrand met een volveldse, tweerijige onkruidbrander (Vanhoucke). In een tweede object werd het loof handmatig afgesneden (simulatie loofklappen). In het derde object werden de aardappelen na branden opnieuw aangeaard om de nakiemers te bestrijden. Dit gebeurde met een AVR-Ecoridger. Voor een goede efficiëntie waren twee bewerkingen nodig.
In het vierde object werden de aardappels groen in zwad gerooid en nadien terug met aarde toegedekt. Hierdoor wordt de groei meteen afgebroken. Er werd gevraagd of dit ook eventuele schade door ritnaalden zou kunnen beperken? De aarde op het zwad werd ten dele opnieuw afgetrokken door de Ecoridger bij de aanleg van object 3.
Op 5 september werden de aardappelen gerooid en in bewaring gelegd. Begin januari werden de knollen beoordeeld.

Resultaten

De plaagdruk in 2014 was erg laag. In de proef werd geen enkele aantasting in het loof of op de knollen waargenomen. Ook de schade door ritnaalden bleef beperkt. De impact van de verschillende technieken op de aardappelplaag en ritnaalden blijft in deze proef bijgevolg onbeantwoord.
Bij de oogst waren de verschillen inzake onkruidbezetting opvallend. Loofklappen laat het onkruid ongemoeid waardoor dit ongehinderd kon doorgroeien. Op het praktijkperceel, dat ook enkel werd geklapt, zorgde de onkruidontwikkeling voor hinder bij het rooien met meer rooischade als gevolg. Bij branden wordt de ondergroei van onkruid in de aardappels in grote mate terug gezet. Een aanaardende bewerking nadien (object 3) versterkt dit effect. Ook bij zwadrooien is er enkel nieuw kiemend onkruid aanwezig.
Inzake opbrengst tekenen er zich geen significante verschillen af tussen de objecten die werden gebrand of geloofklapt. De opbrengst bij zwadrooien viel wel fors lager uit. Deze aardappels konden na loofdoding geen bouwstenen of vocht meer opnemen uit het blad- of wortelapparaat en verloren mogelijk deels vocht.
Bij de aardappels die na branden opnieuw werden aangeaard was er significant minder groen. Het hoge percentage groen bij zwadrooien is het gevolg van beschadiging van de rug door de Ecoridger bij de aanleg van object 3 en is bijgevolg niet eigen aan zwadrooien.

Besluit

Voor een goede onkruidbeheersing op het einde van de teelt geniet loofbranden duidelijk de voorkeur op loofklappen. Nadien de ruggen opnieuw aanaarden reduceerde het percentage groen met de helft. Deze techniek vraagt echter om bevestiging. Mogelijk brengt dit andere risico’s met zich mee. Zwadrooien en opnieuw toedekken pakte onverwacht negatief uit op de opbrengst.

Bron: CCBT

Publicatie

Thermische loofdoding in aardappelen geniet voorkeur

Contact

Lieven Delanote, Inagro, lieven.delanote@inagro.be