Nieuws

Systeemaanpak perenschurft

Gepubliceerd op
17 mei 2013

Perenschurft (Venturia Pirina) is moeilijk biologisch te beheersen. Er is onvoldoende bekend is over het infectieverloop en de biologie van de veroorzaker en voor de biologische teelt zijn slechts relatief zwakke middelen beschikbaar. Het Louis Bolk Instituut onderzoekt het relatieve belang van de infectiefactoren op praktijkbedrijven en test systeemmaatregelen om de infectiedruk op termijn te verlagen.

Perenschurft is nog steeds een probleem in de (biologische) perenteelt. Voor de duidelijkheid; de perenschurftschimmel is een andere ziekteverwekker dan de appelschurftschimmel.
Er is nog onvoldoende bekend over de biologie van de perenschurftschimmel. Wel is bekend dat perenschurftschimmel op twee manieren overwintert in de boomgaard: op dood blad op de grond en op takschurftlesies. In het voorjaar (het primaire seizoen) infecteert hij het gewas op twee manieren: vanuit dood blad met ascosporen, en vanuit takschurft met conidia. Appelschurft overwintert niet als takschurft: bij appel is infectie in het primaire seizoen vanuit ascosporen gevormd op het dood blad dé manier waarop de jaarlijkse infectie start. Mede hierdoor is de schurft beter te controleren.
In een meerjarig onderzoek bestudeert het Louis Bolk Instituut op acht verschillende biologische perenpercelen verspreid door het land de dynamiek van hoeveelheden dood blad, ascosporen hierop, schurftinfecties, en in 2013 voor het eerst ook takschurft. Op alle percelen werd een standaard biologisch schurftbestrijdingsschema gehanteerd. Bovendien worden een aantal maatregelen getest om bladvertering te versnellen.

Dood blad en ascosporen in april

Tussen de percelen werden grote verschillen in bladvertering en hoeveelheden dood blad in april gevonden: van minder dan 0.5 % tot wel 12% van het bodemoppervlak. Deze verschillen lijken robuust. Het blijkt dat dezelfde percelen jaarlijks kampen met veel dood blad. Bovendien ging in twee van de drie meetjaren veel dood blad samen met meer ascosporen per eenheid dood blad. Dit laat een correlatie zien. Op lange termijn hebben percelen met veel dood blad vaker relatief veel schurft. Hoe goed de bestrijdingsmethode ook is, de infectiedruk is uiteindelijk ook van belang.

Geeft meer dood blad en meer ascosporen altijd meer schurft?

Percelen met meer dood blad hadden niet ieder jaar meer perenschurft. Er zijn te veel variabelen, zoals het weer en de bestrijdingsschema’s, die het optreden van perenschurft beïnvloeden. In 2012 was er wel een significantie correlatie. Takschurft speelt hierbij waarschijnlijk ook een rol. Daarom gaan onderzoekers van het Louis Bolk Instituut het komende jaar takschurftmetingen uitvoeren op de percelen.

Systeemaanpak

Perenschurft beheersen doe je door een systeemaanpak, die bestaat uit een goed bestrijdingsschema én maatregelen die infectiedruk verminderen. Denk aan groeibeheersing, en versnellen van de bladvertering. Dood blad verteert sneller door het blad fijn te versnipperen in de herfst, het blad in contact te brengen met wat stikstof voor een betere C/N ratio, en het bodemleven te stimuleren.
Op een praktijkperceel onderzoekt het Louis Bolk Instituut het effect van een aantal maatregelen:

  • vaste mest om de grote regenworm te stimuleren
  • klaver zaaien in de boomstrook voor een lagere C/N ratio
  • een behandeling met verminderde grondbewerking om het bodemleven te sparen.

Maatregelen om bladvertering te versnellen en infectiedruk te verlagen:

klaver in de boomstrook verlaagd de C/N ratio
klaver in de boomstrook verlaagd de C/N ratio
vaste mest stimuleert regenwormen
vaste mest stimuleert regenwormen

Downloads



Meer downloads

Links