Nieuws

Parasieten bestrijden in de biologische melkveehouderij

Gepubliceerd op
27 december 2010

Eind november zijn door experts onderzoeksvragen én praktijkadviezen geformuleerd om maagdarmwormen te bestrijden met een minimaal gebruik van chemische middelen. In de (biologische) melkveehouderij is leverbot het belangrijkste probleem, meer nog dan maagdarmwormen en longwormen. Voor leverbot is geen afdoende bestrijding, voor maagdarmwormen en (zomer)coccidiose wel. Tegen longwormen wordt gevaccineerd, waardoor dit niet tot ziekte leidt.

Maagdarmwormen

Bij maagdarmwormen is het met name voor jongvee belangrijk om door korte tijd weiden op besmet land weerstand op te bouwen.
Het advies is alleen te behandelen na mestonderzoek (met name melkgevend vee!) en waar mogelijk selectief te behandelen in verband met resistentieontwikkeling. Als behandeld wordt, gebruik dan voldoende middel: schat het gewicht niet te laag. En kijk of de behandeling effect heeft: laat enkele weken na de behandeling mest onderzoeken op wormeieren.
Mogelijk vervolgonderzoek voor maagdarmwormen kan liggen in fokken met minder gevoelige rassen en onderzoek naar alternatieve middelen om schade te voorkomen of verlagen (kruiden in weiland, fytotherapie).

Leverbot

Leverbot komt voor in gebieden met water in greppels en plassen met daarin de leverbotslak die als tussengastheer dient. Deze gebieden breiden uit, door beheersmaatregelen maar mogelijk ook door klimaatverandering. Wel verschilt de besmetting per jaar (nat of droog jaar). Leverbot leidt tot minder productie, minder groei en afgekeurde levers bij het slachten. Koeien met leverbot zijn ook gevoeliger voor Salmonella.
Melkgevende koeien mogen niet behandeld worden omdat het middel dan in de melk komt; Als je moet behandelen, moet dat in het begin van de droogstand. Een besmetting blijft dus op het bedrijf aanwezig (tenzij alle koeien in dezelfde periode droogstaan en behandeld kunnen worden). In bepaalde gebieden is de leverbot resistent en werken middelen niet meer. In de jaarlijkse leverbotprognose wordt aangegeven hoe groot het gevaar is. Ook hier geldt het advies pas te behandelen na het vaststellen ven een besmetting.

Leverbot: praktijkadviezen en vervolgonderzoek

Adviezen voor de praktijk zijn: karteren (slakken tellen en zo de leverbotgevoelige percelen in kaart brengen) en in gevoelige periode weiden op niet besmette percelen (ontwijkend beweiden).
In onderzoek kan onderzocht worden of leverbot minder voorkomt bij koeien in kruidenrijk grasland. Het zonder chemische middelen bestrijden van de slak (bijv. ultraviolet licht), het zoeken naar effectieve planten en het onderbemalen van grasland. Koeien kunnen weerstand opbouwen tegen leverbot waarbij naast het management ook genetica een rol speelt. Ook het vergelijken van bedrijven in leverbotgevoelige gebieden die wel en geen last van leverbot hebben kan verhelderend werken: ligt het aan je management of heeft de buurman bijv. robuustere dieren?

  • Contact informatie: Gidi Smolders, Wageningen UR Livestock Research

Links