Nieuws

Onderstamkeuze grote invloed op kwaliteit druiven

Gepubliceerd op
8 september 2010

Om de beste uitgangssituatie te verkijgen voor het produceren van kwalitatief goede wijnen is de keuze van juiste rassen en onderstammen per standplaats, en het vergroten van de kwaliteit van geoogste druiven van belang. Aan de hand van het ras Johanniter, dat in 8 van de 9 betrokken wijngaarden is geplant, trekken de onderzoekers de voorlopige conclusie dat de onderstamkeuze grote invloed heeft op de kwaliteit van de druiven.

Ontwikkeling Nederlandse wijnbouw

De Nederlandse wijnbouw heeft zich de afgelopen jaren sterk uitgebreid, van 36 ha in 2003 tot 147 ha in 2009. De nieuwe wijngaarden zijn verspreid over het gehele land aangelegd, zowel op zandgronden, löss, rivier- en zeeklei. Van de 147 ha is iets minder dan 20% SKAL gecertificeerd.

Ras-onderstamcombinaties

In 2008 is in overleg met de commissie commerciële wijnbouw van het Wijngaardeniersgilde en met subsidie van het ministerie van LNV een onderzoek gestart om na te gaan hoe verschillende ras-onderstamcombinaties zich ontwikkelen in verschillende bodemtypen en regio’s in Nederland. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Praktijkonderzoek Plant en Omgeving in samenwerking met Wijnbouwadvies Beurskens. Het doel is om per regio en bodemtype vast te stellen welke ras-onderstamcombinaties het meest geschikt zijn om aan te planten. Hiertoe worden de ontwikkeling, productie en kwaliteit van de druiven van 9 wijngaarden gedurende een aantal jaren gevolgd.

Grote invloed onderstamkeuze

Opvallend is het grote aantal rassen (46) dat is aangeplant. Ook staat eenzelfde ras vaak op verschillende onderstammen, meestal niet bewust maar omdat geen andere planten te koop waren. Aan de hand van het ras Johanniter, dat in 8 van de 9 wijngaarden is geplant, kan na 2 jaar al de voorlopige conclusie worden getrokken dat de onderstamkeuze grote invloed heeft op de kwaliteit van de druiven. Bij dit ras is vooral het effect van de onderstam op de groeikracht van de plant van belang en de daarmee samenhangende vruchtzetting binnen de druiventrossen. Een sterkere groei op onderstam 5BB in vergelijking met SO4 leidt tot een beperkte vruchtzeting bij Johanniter. Dit is gunstig omdat het leidt tot minder compacte trossen die minder vatbaar zijn voor aantasting door Botrytis. Bij het ras Solaris moet echter worden vermeden op vruchtbare bodem een te sterk groeiende onderstam als 5BB te gebruiken, omdat dit kan leiden tot zeer veel scheutgroei en weinig tot bijna geen vruchtzetting.

Vervolg in 2010

De inventarisatie bij de 9 wijngaarden wordt ook in 2010 voortgezet om een nog duidelijker beeld te krijgen hoe de nog jonge wijnstokken zich verder ontwikkelen.

  • Contact informatie:  Frank Maas, PPO, onderdeel van Wageningen UR

Links