Nieuws

Mineralenvoorziening melkschapen is maatwerk

Gepubliceerd op
25 augustus 2010

Op biologische melkschapenbedrijven zijn koper, selenium en jodium beperkt aanwezig in het rantsoen. Schapenpremixen zijn normaliter gebaseerd op die voor koeien en gemaakt voor vleesschapen, zonder toevoeging van koper. Bloedonderzoek heeft uitgewezen dat de koperwaarde soms te laag is, calcium op het randje zit en selenium ruimschoots voldoende aanwezig is. Voor een goede mineralenvoorziening kan het ontwikkelen van een melkschapenpremix helpen. Dit meldt Jan Verkaik van Wageningen UR in het vakblad V-focus.

Wageningen UR Livestock Research heeft in 2009 op zeven biologische melkschapenbedrijven de mineralenvoorziening van verschillende categorieën melkschapen onderzocht. Hiervoor is per categorie bloed getapt aan het einde van de stalperiode en/of weideseizoen. In het bloed werden calcium (Ca), zink (Zn), koper (Cu) en selenium (GSH-px) bepaald, omdat bij deze elementen het eerst tekorten en schommelingen optreden. Daarnaast hebben de schapenhouders de gevoerde hoeveelheden van de diverse voedermiddelen opgegeven. Aan de hand van de minerale samenstelling werd berekend in hoeverre de behoefte was gedekt. Hierbij is gebruik gemaakt van de door Centraal Veevoeder Bureau (CVB) gehanteerde behoeftenormen.

Uit het bloedonderzoek bleek dat de gezondheidstoestand van de dieren goed was, met uitzondering van kopergebrek op twee bedrijven. Het rantsoen dekt ruimschoots de behoefte aan natrium, kalium, magnesium, mangaan, kobalt, calcium, fosfor en zink. IJzer overschrijdt op sommige bedrijven en in sommige categorieën zeer ruim de norm, wat vooral komt door hoge ijzergehalten in de graskuilen. IJzer kan de benutting van andere elementen storen. Het kopergehalte is meestal voldoende, maar de rantsoenen dekken de jodiumbehoefte vaak niet of nauwelijks. De seleniumdekking is ook krap. Desondanks zijn de gehalten GSH-Px aan de hoge kant. Blijkbaar benutten melkschapen evenals melkgeiten selenium uiterst efficiënt.

Melkschapenpremix

Het ontwikkelen van een melkschapenpremix kan biologische bedrijven helpen bij een goede mineralenvoorziening van de melkschapen. Hierin lijkt extra koper wenselijk. Als gehalten in het bloed duidelijk onder de referentiewaarden liggen, is structureel extra koper noodzakelijk voor het waarborgen van een goede gezondheid. Het schrappen van selenium uit de premix zal lagere seleniumgehalten (GSH-px) in het bloed geven. Ook extra jodium is nodig om in de behoefte van melkschapen te voorzien. Daarnaast is onderscheid tussen premixen voor lammeren, drachtige, nieuw- en oudmelkte ooien wenselijk. In 2010 meet Wageningen UR Livestock Research de effecten van voorgestelde aanpassingen in de mineralenvoorziening van melkschapen.

Klik hier voor het volledige artikel ‘Mineralenvoorziening melkschapen is maatwerk‘ uit V-focus, juni 2010.

  • Contact informatie:  Jan Verkaik, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads