Nieuws

Melkschapen; minder eiwit, evenveel melk

Gepubliceerd op
17 juli 2009

Voeren volgens de aangepaste norm bij schapen is verantwoord en economisch flink voordeliger vanwege de eiwitbesparing. Een praktijkevaluatie, uitgevoerd door de Animal Sciences Group van Wageningen UR maakt dat aannemelijk. Het verlagen van de eiwitgift heeft niet geresulteerd in productieverlies of magere schapen. Ook blijkt dat melkschapen op koppelniveau economisch te zijn optimaliseren met Dynamisch Lineair Modelleren.

Tot nu toe ontbraken voedernormen voor melkschapen en baseerden melkschapenhouders hun rantsoenen op ervaring en normen voor vleesschapen en melkvee. De sector wilde graag meer inzicht in de eiwitbenutting en zocht naar mogelijkheden om eiwit te besparen met het doel de voerkosten te verlagen.

Praktijkevaluatie voedernormen

Twee koppels schapen zijn 16 weken lang gevoerd volgens een lagere eiwitbehoeftenorm. Tegelijkertijd zijn de rantsoenen van de andere drie koppels economisch geoptimaliseerd via Dynamisch Lineair Modelleren (DLM). DLM berekent dagelijkse het voersaldo waardoor niet de norm maar de economie de prestatie bepaalt. In alle koppels hadden zowel de melkproductie als de conditie van de dieren niet te lijden onder de lagere eiwitgift. Er was sprake van een normale melkproductie en in alle proefkoppels is groei en een verbeterde conditie vastgesteld. De resultaten op beide manieren van rantsoenadvisering zijn bovendien vergelijkbaar. Daarom is het volgens projectleider Jan Verkaik verantwoord om de melkschapen te voeren volgens de aangepaste norm. De eiwitbesparing vloeit met name voort uit de lagere eiwitbehoefte die het dier nodig heeft voor zijn onderhoud.

Sector aan zet

Maak een reële inschatting van de melkproductie en melksamenstelling, dit bespaart eiwit. En tijdige rantsoenbijstellingen dragen bij aan de efficiëntie van de voerbenutting. Hoewel de melkproductie in het begin van de lactatie vaak wordt gestimuleerd door extra voer aan te bieden heeft dat niet geresulteerd in de verwachte hogere melkproducties. Een overschatting van een halve liter melk resulteert in 15 tot 25% te veel voer. Verkaik ziet ook veel winst in het verhogen van de voer(eiwit)kwaliteit van de graskuilen. Het verhogen van de hoeveelheid DVE in de brok is geen haalbare oplossing aldus de voerleveranciers. Of het verhogen van de kwaliteit van de graskuilen voldoende realiseerbaar is op biologische bedrijven is de vraag. Bij slecht ruwvoer blijft het lastig om aan de biologische eis van 40% krachtvoer te voldoen.

Klik hier voor de volledige tekst van het rapport "Voeding biologische melkschapen: praktijkevaluatie voedernormen".