Nieuws

Meerwaarde door private keurmerken

Gepubliceerd op
5 juni 2014

Biologische producten zijn tegenwoordig herkenbaar aan het Europees biologisch keurmerk. In principe gelden binnen de EU dezelfde regels, maar interpretaties leiden soms tot verschillen tussen de landen. Daarnaast zijn er vele private keurmerken in gebruik.

Dat geldt voor Duitsland waar organisaties (Verbanden) zoals Bioland en Naturland meerwaarde creëren door hogere en aanvullende eisen te stellen en dit te ondersteunen met een eigen logo. Ook Zwitserland (Biosuisse) en Zweden (KRAV) werken in die richting. Is het voor Nederland zinvol om bij deze private regels aan te sluiten? Kunnen we de groei en afzet van biologisch versterken met extra verduurzamingthema’s die aansluiten bij de verwachtingen van consumenten? En over welke aanvullende thema’s hebben we het dan?

Het onderzoeksproject “Equivalentie EKOkeurmerk”  is een beleidsondersteunend project dat mogelijk is gemaakt dankzij het biologisch amendement . Hierin zijn het Louis Bolk Instituut met Stichting EKOkeurmerk en Bionext aan de slag gegaan om te achterhalen welke duurzaamheidsthema’s binnen de EU spelen en in de private merken van de ons omringende landen van belang zijn. Hoe wordt hieraan invulling gegeven. In Nederland kunnen we hierbij aansluiten en een herkenbaar EKO Holland product aanbieden. Wellicht helpen plusmodules van het EKO keurmerk mee  aan equivalentie met andere private keurmerken. In de tabel zijn meerdere aspecten onder elkaar gezet met daarbij de verschillen tussen de verschillende merken.

Overzicht van de verschillende merken

Aandachtspunten in het onderzoek 

  • Biodiversiteit waarbij Biosuisse eisen stelt aan het oppervlak  natuur op het bedrijf;
  • Voederrantsoen waarbij ook eisen worden gesteld over regionale productie van grondstoffen; 
  • Bemesting waarbij Duitse organisatie een lagere N norm hanteren, maximaal 112 kg N per ha per jaar;
  • Energie, met name het verwarmen van kassen. Zowel Bioland als Biosuisse stellen grenzen aan het verwarmen van kassen in de winterperiode. Behalve voor opkweek doeleinden, staan zij het verwarmen van kassen in de periode van november tot maart niet toe. Alleen het vorstvrij houden (tot 5oC) is in deze periode toegestaan.
  • Uitgangsmateriaal afgelopen jaar is het gebruik van CMS-hybriden door diverse organisaties verboden, naar verwachting zal deze norm door afnemers worden overgenomen.
  • Gewasbescherming, vooral in de aardappelteelt, wijnbouw, hardfruit- en tomatenteelt is toepassing van koperhoudende middelen nog biologische praktijk. In Nederland zijn deze middelen overigens door de gewasbeschermings-wetgeving verboden. Zowel in Duitsland als Zwitserland wordt toepassing van deze middelen onder voorwaarden toegestaan. Waar de EU verordening de grens legt bij maximaal 6 kg koper per ha per jaar, stellen Bioland en Naturland de grens bij 3 kg. 

Vervolgproject

In het vervolgproject Bio Duurzaam werken stichting EKO-keurmerk verder aan invulling van duurzaamheid. De afstemming met normen die in buitenland gelden, worden meegewogen in de uitwerking van EKO code.

Publicatie

Equivalentie van het EKO keurmerk

Contact

Chris Koopmans, Louis Bolk Instituut, c.koopmans@louisbolk.nl

Leen Janmaat, Louis Bolk Instituut, l.janmaat@louisbolk.nl