Nieuws

Maaimeststoffen bedrijfsmatig inzetten voor optimale stikstofvoorziening

Gepubliceerd op
11 februari 2013

De stikstofvoorziening op bedrijfsniveau sluitend krijgen met eigen maaimeststoffen? Volgens de eerste resultaten van een in 2011 gestart praktijkonderzoek is dit goed mogelijk.

Biologische landbouw als systeem wint aan kracht als het meer in staat is te voorzien in eigen stikstof. Maaimeststoffen zijn een kans, omdat ze direct op het eigen bedrijf inzetbaar zijn als stikstofbron. Voorbeelden zijn luzerne en grasklaver. Bij eerder onderzoek door het Louis Bolk Instituut en Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) naar vernieuwende strategieën voor minder en anders bemesten is aangetoond dat deze maaimeststoffen een goed alternatief vormen voor dierlijke mest. De bemestende waarde is hoog en kan goed voorspeld worden.

Ontwerp voor akkerbouwbedrijf

Om na te gaan of dit ook zo is op bedrijfsniveau, is vervolgonderzoek gestart op het akkerbouwbedrijf van Joost van Strien in de Noordoostpolder. De mogelijke rol van maaimeststoffen in het kader van de nieuwe mestwetgeving en het streven naar 100% biologische mest is hierin meegenomen. Allereerst is de vraag opgepakt of en hoe het bedrijf in een theoretische benadering kan functioneren met maaimeststoffen als belangrijkste stikstofbron. Daarvoor is een bedrijfsontwerp ontwikkeld voor het akkerbouwbedrijf met luzerne en grasklaver als maaimeststof. Het daardoor ontstane tekort op de P-balans wordt gecompenseerd door lokaal beschikbare natuurcompost. Het bedrijfsmodel is gebaseerd op de vruchtwisseling en de bedrijfsomstandigheden van het praktijkbedrijf van de akkerbouwer.

Sluitende stikstofvoorziening

Op basis van deze uitgangspunten is een vruchtwisseling met bijbehorende bemesting ingevoerd in het stikstofmodel NDICEA. Volgens dit model komt er voldoende stikstof op het praktijkbedrijf beschikbaar om de gewenste opbrengsten te realiseren. Aansluitend is samen met de ondernemer het bedrijfsontwerp bijgesteld tot een reëel praktijkplaatje. Conclusie is dat het mogelijk blijkt om, gegeven het bouwplan op hoofdlijnen zoals dat nu door de ondernemer wordt gehanteerd, de stikstofvoorziening sluitend te krijgen met een beperkte hoeveelheid maaimeststoffen en aanvoer van compost op basis van de fosfaatbalans. De organische stof in de bodem blijft daarbij op peil. Wel is er nog speling voor teelten die méér stikstof vragen dan de teelten die nu in het bouwplan zijn opgenomen.

Sinds 2011 worden op het akkerbouwbedrijf de maaimeststoffen op praktijkschaal toegepast. De resultaten bevestigen wat op experimentele schaal al gevonden was: de stikstofwerking is voldoende en goed te voorspellen.

Downloads

Meer downloads