Nieuws

Maagdarmwormbeheersing in de biologische schapenhouderij

Gepubliceerd op
26 januari 2011

Eind november zijn door experts praktijkadviezen en onderzoeksvragen geformuleerd om maagdarmwormen en leverbot te bestrijden met een minimaal gebruik van chemische middelen. Maagdarmwormen zijn veruit de belangrijkste parasitaire belagers van lammeren. Anders dan bij runderen, kunnen deze parasieten bij schapen leiden tot acute sterfte en chronische slijtage. Daar bovenop komt voor beide parasieten de groeiende resistentie tegen de bestaande middelen.

Maagdarmwormen

Worminfecties zijn bij lammeren vaak niet te voorkomen maar horen voor gezonde, oudere ooien geen probleem te zijn. Sleutels zijn een gecontroleerde weerstandsopbouw in de eerste weidegang en het laag houden van de besmettingsdruk op de percelen. De ooien hoeven in principe maar één keer voor het inscharen op stal tijdens het aflamseizoen te worden ontwormd om de besmettingsdruk voor de lammeren laag te houden.

Het advies is om lammeren alleen te behandelen bij noodzaak. Op www.wormenwijzer.nl krijgt u advies op maat via vragen over de beweidings- en dierhistorie. De site maakt voor u een risicoafweging en voorkomt dat u te laat behandelt. Tegelijkertijd krijgt u beweidingstips voor het ontwijken van besmetting, wat helpt het aantal behandelingen te verminderen.

Mestonderzoek kan de behandelnoodzaak bevestigen, helpt het exacte behandelmoment te kiezen en voorkomt te vroeg behandelen. Het advies van de wormenwijzer geeft aan wanneer mestonderzoek zinvol is en wanneer je daar niet op moet wachten.

Resistentieontwikkeling afremmen

De gebruiksduur van een middel is te verlengen door minder vaak en selectief te ontwormen. Door een deel van de dieren in het koppel onbehandeld te laten (of later te ontwormen) blijft de wormpopulaties ook langer gevoelig en het ontwormmiddel langer effectief. Een royale eiwitvoorziening van lammeren en ooien ondersteunt hun weerstand en vermindert de wormlast en besmettingsdruk. Ontwormintervallen zijn te verlengen door ontwijkend te beweiden. Onderdoseren kan bijdragen aan resistentieontwikkeling. Vermijd dat bij behandelen: schat het gewicht niet te laag en geef extra dosis als het wordt uitgespuugd. Voorkom ook de insleep van (resistente) wormstammen met behulp van goede quarantaine.

Bij twijfels over de effectiviteit van de behandeling en vermoedens van resistentie tegen het toegepaste middel is het raadzaam om op 10-14 dagen na de behandeling de mest te onderzoeken op wormeieren.

Mogelijk vervolgonderzoek voor maagdarmwormen kan liggen in fokken met minder gevoelige rassen en onderzoek naar alternatieve middelen om schade te voorkomen of verlagen (kruiden in weiland, fytotherapie).

Schaapskuddes

Bij extensieve schaapskuddes spelen met name nematodirus en coccidiose een rol. Dat zijn ernstige worminfecties, die vooral bij opfokweidelammeren voorkomen. Deze jonge lammeren worden na het spenen bij de oudere lammeren in de wei gezet, waardoor de infectiedruk echter stijgt. Ook hier ligt de oplossing in preventieve (management)maatregelen, middelen om de infecties (met name nematodirus) te behandelen, de juiste dosering en op tijd. Nieuw aangekochte dieren worden met gangbare middelen ontwormd, maar niet gecontroleerd op resistentie.

  • Contact informatie:  Jan Verkaik, Wageningen UR Livestock Research

Links