Nieuws

Lamvitaliteit bij melkschapen

Gepubliceerd op
30 mei 2012

In de biologische melkschapenhouderij is de lammerensterfte relatief hoog. Wageningen UR Livestock Research geeft aan dat de lamvitaliteit te verbeteren is door een betere biestopname, een lagere besmettingsdruk, beter (gebruik van) managementinformatie en het inkruisen van andere rassen. Dit is te lezen in het Biokennisbericht ‘Lamvitaliteit bij melkschapen’.

Opfokpraktijk

Op biologische melkschapenbedrijven worden ooi en lammeren na de geboorte in een lammerenhokje geplaatst. De spenen van de ooi worden ‘doorgetrokken’, maar vanuit arbeidsoverwegingen moeten lammeren in eerste instantie zelf biest drinken. Een deel van de lammeren krijgt daardoor te weinig biest in de eerste uren na de geboorte en sneuvelt door onderkoeling en uitputting of bouwt te weinig weerstand op.

Een aantal bedrijven hanteert bij de kunstmatige opfok een doorschuifprincipe. Daarbij worden de lammeren naarmate ze ouder worden in een hok verder bij de drinkautomaat vandaan geplaatst. Hierbij is de kans op besmetting groter, omdat in de hokken voor de jongere lammeren eerst oudere lammeren hebben gezeten.

Het structureel monitoren en vergelijken van de lammerensterfte inclusief de doodgeboorten is geen reguliere praktijk.

Lamvitaliteit

Uit het onderzoek blijkt dat sectorbreed een substantiële verbetering van de lamvitaliteit in korte tijd mogelijk is. Veehouders streven vaak naar zelfredzaamheid van het pasgeboren lam om arbeid te besparen. Maar een hoge mate van zelfredzaamheid bij de biestopname gaat in de praktijk vaak gepaard met meer uitval. Goede biestopname vergroot de overlevingskansen. Stimuleren van de biestopname via de fles of aanleggen verlaagt de lammersterfte structureel.

Een goede biestvoorziening in de eerste levensuren biedt garanties voor een succesvolle kunstmatige opfok. Zo’n 20% van de lammeren lijdt aan ernstig ongerief als ondervoeding en uitputting; vaak hebben zij hier (vrijwel) hun gehele leven last van. De lamvitaliteit kan sterk verbeteren door een verbeterde biestopname in de eerste levensuren en resulteert direct in een forse welzijnswinst bij de lammeren.
Het stimuleren van de biestopname heeft ook een positief effect op de groei en waarschijnlijk ook op de latere melkproductie.
Andere aandachtspunten voor het verbeteren van lamvitaliteit zijn hygiëne en leeftijdsmanagement om parasitaire stalinfecties te vermijden, prestatievergelijking op aflam-kengetallen, secties en het inkruisen met andere rassen.

  • Contact informatie:  Jan Verkaik, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads