Nieuws

Kostprijs biologische eieren halve cent hoger

Gepubliceerd op
25 januari 2011

De kostprijs van een biologisch ei valt een halve cent per ei hoger uit dan de kostprijsberekening in 2009. Voor de nieuwe kostprijsberekening is gebruik gemaakt van LegManager van Agrovision, waardoor technische kengetallen gewijzigd zijn.

Wageningen UR Livestock Research heeft de productiekosten van de eieren op het biologische leghenbedrijf opnieuw berekend. De kostprijs (exclusief BTW) is berekend met het voerprijsniveau van het 4e kwartaal van 2010. De kengetallen zijn gebaseerd op een kleine vijftig afgesloten koppels vanaf 2007 tot en met het 3e kwartaal van 2010.

Uitgangspunten

De kostprijsberekening wordt gemaakt voor een systeem met volière (eko volière) en voor een biologisch dynamische (BD) houderij in een grondhuisvestingsysteem. Bij BD wordt 3% hanen gehouden, is de uitval lager en wordt er duurder voer gevoerd in vergelijking met de biologische houderij in een volièresysteem.

Legperiode

De belangrijkste uitgangspunten voor de legperiode staan in tabel 1 (zie hieronder).
De voerprijs voor biologische legvoeders is ten opzichte van vorig jaar niet gewijzigd. Het eerste deel van 2010 was het voer wel goedkoper, maar in het najaar is de voerprijs weer fors gestegen. In de huidige kostprijs wordt voor het voer een pakketprijs (gewogen gemiddelde bij fasevoedering) van € 38,00 per 100 kg gerekend. Het biologisch-dynamische voer is duurder omdat dit 100% biologisch is en komt op € 43,00 per 100 kg. De arbeidskosten per VAK zijn gestegen en bedragen nu € 50.900 per jaar.
De legperiode is op basis van de gegevens in LegManager bepaald op 397 dagen (77 weken leeftijd). Het aantal eieren per opgehokte hen in deze periode bedraagt 301 en het gemiddeld eigewicht is 61,9 gram per ei. Van het totaal aantal eieren wegen er 12 minder dan 53 gram en daar bovenop komt nog 3% 2e soort ei.
De mestafzetkosten voor de biologische houderij vallen in het 4e kwartaal hoger uit dan in 2009. Voor eko volière bedraagt het tarief € 10,- per ton. In de biologisch dynamische houderij is de mestafzet gekoppeld aan BD akkerbouwers of aan de eigen grond en zijn er geen mestafzetkosten.

Kostprijs

De kostprijs voor consumptie-eieren bedraagt in volièrehuisvesting 13,6 cent per 1e soort ei en een biologisch-dynamisch ei kost 17,0 cent per 1e soort ei. Het grootste verschil in kostprijs tussen beide houderijsystemen zit in het voer, de arbeidskosten en de huisvestingskosten. De voerkosten zijn lager in volièrehuisvesting vanwege de lagere voeropname (door afwezigheid van hanen) en de lagere voerprijs. De arbeidskosten zijn lager bij volièrehuisvesting doordat daar 13.000 hennen per VAK gehouden kunnen worden en in de biologisch dynamische houderij 8.000 hennen per VAK. In figuur 1 staat weergegeven hoe de kosten over de verschillende kostenposten verdeeld zijn. Het voer is met 47% veruit de grootste kostenpost.

Ontwikkeling en variatie

De voerprijsontwikkeling is erg onzeker, maar voor de langere termijn wordt een iets lagere voerprijs verwacht ten opzichte van het huidige niveau. Meer aanbod van biologische grondstoffen kan leiden tot lagere grondstofprijzen. De toename van het aandeel biologische grondstoffen, zoals de Europese regelgeving vereist (in 2010 95% en in 2012 100% biologisch voer) zal echter voor eko volière een prijsverhogend effect geven.
Wanneer een biologisch pluimveehouder in plaats van volièrehuisvesting zou kiezen voor grondhuisvesting en net als bij BD 8.000 hennen zou houden, dan is de kostprijs circa 1,5 cent per ei hoger.
Uit eerdere gegevens blijkt dat er in de praktijk een enorme variatie is tussen verschillende koppels biologische leghennen. Er zijn koppels die heel goed presteren, maar ook echte rampkoppels. Dit kan maar zo leiden tot een verschil in kostprijs van 5 cent per ei.

Conclusie

De kostprijs van een biologisch ei is ten opzichte van vorig jaar toegenomen tot 13,6 cent per 1e soort ei bij volièrehuisvesting en 17,0 cent per 1e soort ei bij de biologisch-dynamische houderij. De andere kengetallen vanuit LegManager zijn verreweg de belangrijkste oorzaak van deze toename. Door de enorme variatie in kengetallen, kan er een verschil in kostprijs tot wel 5 cent per ei zitten tussen verschillende koppels.

Tabel 1 Technische en economische uitgangspunten leghennen per productieperiode

Tabel 1.png

*= grondhuisvesting

** Bron voor ekologisch: deelnemers database LegManager Agrovision B.V.

  • Contact informatie: Izak Vermeij, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads