Nieuws

Kans op inteelt in biologische geitenhouderij is hoog

Gepubliceerd op
4 mei 2012

De kans op inteelt in de biologische geitenmelkveehouderij is aanzienlijk hoog, namelijk 76,5%. Dit blijkt uit onderzoek van het Louis Bolk instituut in opdracht van de geitensector. Met meer kennis over de biologische geitenfokkerij kunnen gerichte fokprogramma’s worden opgezet om de negatieve effecten van inteelt te voorkomen.

De fokkerij is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering, omdat het rechtstreeks invloed heeft op kwaliteit van de veestapel. Rassen uit Zwitserland en Duitsland werden in het verleden gekruist met de Nederlandse landgeit. De Nederlandse witte geit bestaat voor het grootste deel uit bloed van de Saanengeit. De vermeerdering van geiten vindt vooral plaats door natuurlijke dekking. Voor meer gerichte fokkerij is ook geiten KI ontwikkeld (GKN) in Nederland met een centrale registratie en melkcontrole die een beeld geeft van fokwaarden van bokken. Een klein deel van de geitenhouders gebruikt deze systemen. Veel geiten worden gedekt door dekbokken en de afstammingsregistratie op veel bedrijven is laag, omdat dit vaak moeilijk en relatief duur is. Hierdoor heerst nog al eens de gedachte dat er teveel verwante dieren worden gepaard waardoor inteelt op kan treden. Door inteelt kan de productie en constitutie van de dieren afnemen.

Uit een enquĂȘte, beantwoordt door 46% van de biologische geitenhouders in Nederland, bleek dat het fokdoel van de biologische geitenhouders is gericht op een hoge productie en sterke duurzame geiten. Ook wordt er op gelet of een geit in balans is. Bokken moeten een robuuste sterke bouw hebben.
Er wordt in de biologische geitenfokkerij bijna geen KI gebruikt. De meeste geiten worden gedekt door meerdere bokken in groepen. Het merendeel van de geitenbedrijven registreert de afstamming van de geiten niet of maar deels en doet niet aan melkcontrole.
De meeste dekbokken worden aangekocht, waarbij de afstamming vaak niet direct bekend is. Aankoop van bokken geeft een  geitenhouder de mogelijkheid gewenste kenmerken in zijn veestapel binnenhalen. Als men bokken aankoopt bij dezelfde fokker, vraagt de geitenhouder de fokker vaak wel om de inteeltkans in de gaten te houden.

Door de gevonden fokkerijpraktijk is de afstamming van de geiten aan vaderszijde dus niet vaak goed te registreren. Veel geitenhouders lossen dit op door steeds na maximaal twee jaar de bok van het bedrijf af te voeren en nieuwe bokken te kopen. Dit lijkt geen duurzame oplossing, omdat de aangekochte bokken namelijk direct of indirect van dezelfde fokkers afkomstig zijn.

Met deze kennis is een inschatting gemaakt van de kans op inteelt via een zevenstappenmodel. Deze kans op inteelt ligt op 76,5%. Dit is aanzienlijk hoog. Alleen het kleine aantal bedrijven met een gesloten fokkerij (eigen aanfok van bokken) en een totale registratie kan de verwantschap van de dieren controleren en teveel inteelt voorkomen. Bij de andere bedrijven is het gevaar van inteelt groot. Door meer te registreren en meer aparte fokkerijunits op te zetten en gebruik te maken van KI kan meer spreiding in de genen ontstaan en kan meer gericht worden gefokt op melkproductiekenmerken en inteelt worden voorkomen.

Downloads

Meer downloads

Links