Nieuws

Kalveren bij de Koe

Gepubliceerd op
30 augustus 2010

Veehouders die kalveren bij de koe houden, blijken behoefte te hebben aan het onderling uitwisselen van kennis en ervaring. Dit constateerden medewerkers van het Louis Bolk Instituut dit voorjaar tijdens bedrijfsbezoeken voor het langlopende onderzoek ’Kalveren bij de Koe’. Dit jaar is vooral gekeken naar het speenmoment en de kosten en baten van dit zoogsysteem.

Op 17 maart hebben veehouders samen met LBI-onderzoekers uitvoerig gediscussieerd over de voordelen en ‘kansen’ van het houden van kalveren bij de koe op De Zonnehoeve te Zeewolde. Hierbij bleek dat de knelpunten bij dit zoogsysteem niet voor iedere veehouder gelijk zijn en dat ze hun problemen vaak verschillend oplossen.

Speenmoment

Na drie maanden wordt het kalf bij de moeder weggehaald, maar elke veehouder doet dat op zijn eigen manier. Sommigen voeren de kalveren de eerste weken uit de emmer en laten ze dan bij de moeder, zodat ze aan emmer en veehouder wennen. Anderen scheiden koe en kalf de laatste maand een bepaalde periode van de dag af van de moeder en laten de kalveren beperkt bij de moeder drinken. De algemene conclusie was dat het zogen geleidelijk moet worden afgebouwd.

Kosten/baten

Ook is er uitvoerig stilgestaan bij het opzetten en invullen van een kostprijsmodel ‘Kalveren bij de Koe’. Onderdelen in dit model zijn onder andere huisvesting, gezondheid en de melkconsumptie van het kalf. Dit laatste is te beperken door het kalf de laatste maand minder bij de moeder te laten drinken. De onderzoekers hebben de indruk dat voor veehouders die zich prettig voelen bij dit zoogsysteem, de kosten van de gedronken melk niet zo’n issue zijn. Veehouders haken eerder af om andere redenen, zoals ‘wildere’ kalveren of het niet laten schieten van de melk door de moeder. Er was flink discussie in hoeverre een zoogsysteem meer stalruimte en flexibiliteit met zich meebrengt en inherent hogere huisvestingskosten.

Melkkwaliteit en gezondheid

Tijdens de discussie kwam ook de melkkwaliteit ter sprake. Koeien die beter in hun vel zitten zouden betere kwaliteit melk geven, bijvoorbeeld een betere vetzuursamenstelling. De LBI-onderzoekers gaan de MPR-gegevens van de 10 tot 12 deelnemende bedrijven bekijken, om te zien of er opvallende verschillen zijn met niet-zogende bedrijven. Uit de discussie bleek onvoldoende of de gezondheidskosten van dit zoogsysteem lager zijn. Dit aspect vraagt om nader onderzoek.

Internationaal

Het LBI doet mee aan een internationaal onderzoeksproject (Noorwegen, Zweden, Canada) op het gebied van zoogsystemen in de melkveehouderij. Resultaten en inzichten uit dit project worden meegenomen in de activiteiten in Nederland.

Dit najaar organiseert LBI een nieuwe bijeenkomst om de resultaten van het project ‘Kalveren bij de koe’ met veehouders te delen.

Downloads

Meer downloads

Links