Nieuws

Forfaitaire norm fosforgehalte in opfokzeugen te laag

Gepubliceerd op
16 september 2010

De forfaitaire norm voor het fosforgehalte in opfokzeugen, zoals gehanteerd door Dienst Regelingen, is te laag voor de huidige zeugen en zou volgens Wageningen UR Livestock Research moeten worden verhoogd. De huidige norm is gebaseerd op gedateerd onderzoek uit 1991. Het in dat onderzoek toegepaste type opfokzeug, het P-gehalte in het voer en de groeisnelheid van de opfokzeugen zijn niet meer representatief voor de huidige praktijk.

Andere P-vastlegging

Momenteel gaat de mestwetgeving ervan uit dat opfokzeugen evenveel N en P vastleggen als vleesvarkens. Op basis van een actuele literatuurstudie (met twee experimenten) van Wageningen UR Livestock Research zijn echter duidelijke aanwijzingen verkregen dat het gehalte van fosfor (P) in opfokzeugen van circa 130 kg hoger is dan van vleesvarkens. Het stikstofgehalte (N) in opfokzeugen en vleesvarkens is niet verschillend van elkaar.

Andere forfaitaire normen

Tijdens de opfokperiode krijgen de opfokzeugen in vergelijking met vleesvarkens per kg groei meer voer, dat meestal ook meer mineralen bevat. Zolang er nog geen sprake is van maximale botmineralisatie zal een hogere fosforopname leiden tot een hogere fosforvastlegging in de botten. Daarnaast groeien opfokzeugen minder snel, waardoor er minder vetaanzet is dan bij vleesvarkens. Een hoger vetpercentage ‘verdunt’ namelijk de gehalten aan stikstof en fosfor in het dier. Het is daarom niet correct om voor opfokzeugen dezelfde forfaitaire normen voor P-vastlegging te hanteren als voor vleesvarkens.

  • Contact informatie:  Age Jongbloed, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads

Links