Nieuws

Fijnstof in de biologische varkenshouderij

Gepubliceerd op
15 februari 2010

Op biologische varkensbedrijven is de blootstelling aan fijnstof (stofdeeltjes kleiner dan 10 micrometer) aanzienlijk hoger dan de voorgestelde veilige streefwaarden in de wetenschappelijke literatuur. De variatie in blootstelling aan fijnstof is groot zowel tussen bedrijven, stallen binnen bedrijven als werkzaamheden binnen eenzelfde stal van een bedrijf. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR Livestock Research die daarom praktische adviezen geeft om blootstelling aan fijnstof tijdens het werk te voorkomen of te verlagen.

In de biologische varkenshouderij is weinig bekend over de blootstelling aan stalstof. Wageningen UR Livestock Research heeft daarom op drie biologische varkensbedrijven onderzoek gedaan naar de persoonlijke blootstelling aan fijnstof. Juist deze kleinere stofdeeltjes vormen een gezondheidsrisico, omdat ze diep in de luchtwegen dringen. De stofmetingen zijn door de varkenshouders zelf uitgevoerd met behulp van een DustTrak apparaat dat ze aan het lichaam droegen. De metingen werden verricht tijdens werkzaamheden gedurende verschillende werkdagen.

Praktische aanbevelingen

Varkenshouders kunnen de volgende maatregelen nemen om de blootstelling aan fijnstof te voorkomen of te verlagen:

  • Zoveel mogelijk en consequent dragen van een stofmasker, in ieder geval bij: intensief contact met en/of hoge activiteit van dieren (verplaatsen, vangen, wegen), uitmesten, instrooien en bezemen.
  • Het uitvoeren van een bedrijfsscan naar de hoeveelheid aanwezig stof, bronnen en oorzaken die stofvorming en stofopname in de lucht bevorderen.
  • Maatregelen bij nieuw- en verbouw of renovatie:
    • toepassen van een ventilatiesysteem waarbij verse lucht op de werkgang wordt gebracht;
    • voerbakken op de uitloop plaatsen;
    • brijvoerverstrekking;
    • sleepkettingen in plaats van vijzels;
    • optimaal hokontwerp voor minimale hokbevuiling en stofvorming uit mest.
  • Maatregelen in bestaande stallen:
    • wekelijks stof verwijderen in centrale gang en werkgangen,
      bij voorkeur door schoonspuiten of met een stofzuiger (nat of met fijnfilter);
    • gebruik van goede kwaliteit strooisel, ontstoft strooisel of van (nature) stofarm strooisel (houtkrullen, vlasstro en tarwestro);
    • gebruik van een dik strooiselpakket bij guste/dragende zeugen; dit houdt het aanwezige stof vast in de vochtige onderlaag en heeft een gunstig effect op de stofconcentratie;
    • het verwijderen van mestophoping;
    • tweemaal daags voeren in plaats van onbeperkt;
    • het bevorderen van rustig diergedrag;
    • werkzaamheden uitvoeren in de uitloop en tijdens
      stofpieken zo min mogelijk in afdelingen proberen te zijn.
  • Het installeren van stofreductietechnieken in de stal, zoals
    een oliefilmsysteem, olierollers/olieborstels, watervernevelsysteem, ionisatiesysteem of interne luchtfiltratie units.
  • Contact informatie: Albert Winkel, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads

Links