Nieuws

De stikstofbemestingswaarde van verschillende organische meststoffen

Gepubliceerd op
14 juni 2018

De organische meststoffen die gebruikt worden in de biologische landbouw kunnen sterk verschillen in samenstelling, maar ook in het benutten van nutriënten, met name stikstof. De Belgische Bodemkundige Dienst onderzocht op verzoek van Proefcentrum Pamel en gefinancierd door de Provincie Vlaams-Brabant een aantal veelgebruikte organische meststoffen. Er werd zowel gekeken naar de samenstelling van de meststoffen, als naar de nitraatstikstofvrijzetting gedurende de eerste 4 maanden.

Zeven meststoffen werden onderzocht, waarvan 3 relatief traagwerkende, zoals groencompost, verhakseld snoeihout en maaimeststof grasklaver, en 4 eerder snelwerkende en commerciële producten, zoals Bloedmeel, Ecomix 2, OPF en Viano

Snelwerkende en commerciële meststoffen realiseren hun volledige minerale stikstofvrijzetting na 30 tot 60 dagen, waarbij na na 120 dagen een finale vrijzetting van ongeveer 50% (58% voor Viano, 54% voor OPF, 47% voor bloedmeel en 44% voor Ecomix 2) is gerealiseerd. In vergelijking met de werkingscoëfficienten gebruikt voor de bemestingsnormen is dit iets lager dan deze voor vloeibare dierlijke mest (60%) en ongeveer de helft van deze voor kunstmest, spuistroom en effluenten (100%).

De eerder traagwerkende, bodemverbeterende middelen vertonen een heel andere trend. Bij compost verliep de het vrijkomen van nutriënten gestaag over de periode van 120 dagen, met een finale vrijzetting van 33%, hetgeen hoger is dan de waarde van 15% gebruikt bij de bemestingsnormen voor gecertificeerde gft- en groencompost. De maaimeststof grasklaver en het verhakseld snoeihout vertonen gedurende de proefperiode zelfs een immobilisatie van minerale stikstof, waarbij de plantbeschikbare stikstof in de bodem na toevoeging van deze producten juist achteruit gaat. Deze resultaten voor grasklaver verschillen sterk van gelijkaardige onderzoeken met verse grasklaver met een lagere C/N-verhouding, waarbij na een incubatieperiode van 98 dagen een N-vrijzetting van 39% gemeten werd op een zware leembodem en 58% op een zandleembodem. Dit benadrukt dat niet alleen de soort meststof, maar ook de kwaliteit ervan (verhouding tussen gras en klaver, en de leeftijd en bijgevolg verhouting van het gras) zeer belangrijk is voor de vrijzetting van minerale stikstof. Naast het leveren van voedingsstoffen voor de plant hebben compost, maaimeststof grasklaver, en verhakseld snoeihout echter ook een belangrijk functie als bodemverbeterend middel. Door de stikstofimmobiliserende werking kunnen de maaimeststof grasklaver en verhakseld snoeihout uit deze studie bijvoorbeeld gebruikt worden om het bodemorganischestofgehalte op peil te houden, zonder dat er overtollige stikstof toegevoegd wordt.

Bron: CCBT

Meer informatie

Contact

Tom Coussement, Bodemkundige Dienst van België, tcoussement@bdb.be