Nieuws

Biologische grondontsmetting met alternatieven voor gras

Gepubliceerd op
24 augustus 2012

Nu grondontsmettingsmiddelen verboden zijn en grondstomen ook geen duurzaam alternatief is vanwege het hoge energieverbruik, zijn alternatieve, milieuvriendelijke methoden voor grondontsmetting gewenst. Onderzoekers van Wageningen UR hebben het werkingsmechanisme van biologische grondontsmetting (BGO) met gedefinieerde organische producten onderzocht. Welke voorwaarden zorgen voor een effectieve toepassing van BGO en is er een protocol te ontwikkelen voor effectieve toepassing van BGO op basis van grondkarakteristieken?

Bij biologische grondontsmetting (BGO) ontstaan tijdens de zuurstofloze omzetting van grote hoeveelheden vers organisch materiaal afbraakproducten die voor de meeste bodemplagen en bodempathogenen dodelijk zijn. Het gebrek aan zuurstof speelt primair een rol voor plagen en pathogenen die direct afhankelijk zijn van zuurstof. BGO met gras wordt al toegepast in de praktijk, maar de methode is tijdrovend, arbeidsintensief en het resultaat onvoorspelbaar. Er is daarom gezocht naar een alternatief in de vorm van gedefinieerde organische producten.

Afdekken en inundatie

In opdracht van EL&I heeft Wageningen UR, onder geconditioneerde omstandigheden proeven gedaan in emmers met grond (dekzand en lichte mariene zavel) waarin diverse bewerkte organische producten in verschillende doseringen zijn ingewerkt. De effectiviteit tegen ziekten en plagen is na 2, 4 en 8 weken beoordeeld.
Er zijn twee processen onderzocht; anaerobie door het inwerken van organische stof en afdichting met folie (BGO) en anaerobie door met water verzadigde grond maar zonder ingewerkte organische stof (Inundatie). Daarnaast is het effect van afdichting van grond onderzocht zonder extra toegevoegde organische massa. De resultaten zijn qua effectiviteit en de productie van omzettingsproducten vergeleken met gras. Eenmalig zijn de geproduceerde vetzuren gemeten. Ook is het effect onderzocht van inundatie en het afdekken van grond, beide zonder organisch product. De onderzoekers keken naar het effect op adulten en juvenielen van het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans, eipakketten van het wortelknobbelaaltje Meloidogyne hapla, cysten van het aardappelcysteaaltje Globodera pallida en microsclerotiën van de verwelkingsschimmel Verticillium dahliae, die kunstmatig aan de grond zijn toegevoegd.


Gras minst effectief

De praktijkdosering van 40 ton/ha gras bleek minder effectief dan de gedefinieerde, organische producten. Alle onderzochte organische producten waren zeer effectief bij 16 °C tegen alle doelorganismen bij bepaalde doseringen en behandelingstijden. Overall waren de resultaten met gedefinieerde organische producten in zandgrond beter dan in zavelgrond.
P. penetrans werd al bij lage doseringen en korte behandelingstijden uitgeschakeld, terwijl de microsclerotiën van V. dahliae pas bij hoge doseringen en lange behandelingstijden werden gedood. Ook de grondkarakteristieken hadden invloed op de effectiviteit.
Inundatie bij 16 °C was effectief tegen P. penetrans en G. pallida bij voldoende behandelingstijd. Een grondtemperatuur van 8 °C was onder bepaalde condities niet effectief.
De productie van de gassen CO2, NH3, H2S, CH4 en N2O en de consumptie van O2 en ook de productie van vetzuren tijdens het omzettingsproces van BGO bleek afhankelijk van grondsoort, organisch product, dosering, behandelingstijd en temperatuur.

Vervolgonderzoek

Het onderzoek heeft aangetoond dat er verschillende bepalende parameters zijn voor de effectiviteit van BGO. Als ook tijdens het hele proces vetzuren kunnen worden gemeten dan kan in de volgende fase de productie van gassen en vetzuren worden gecorreleerd met de gevormde toxische stoffen.
Het effect op nuttige bodemorganismen moet ook nog worden onderzocht. Meer kennis over het totale proces van BGO kan leiden tot een betrouwbare, effectieve en snelle methode van grondontsmetting die voor telers betaalbaar is en minimaal effect heeft op het bodemleven en het milieu.

Downloads

Meer downloads

Links