Nieuws

Beheersing van wortelknobbelaaltjes met grondbemesters

Gepubliceerd op
21 november 2017

Een zeer krappe vruchtwisseling van tomaat, paprika, komkommer en aubergine in grondgebonden kasteelt van vruchtgroenten is de voornaamste oorzaak van problemen met wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne sp.). Vooral in gestookte teelten krijgt de bodem nauwelijks tijd om op adem te komen. In deze proef zocht PCG naar een vang- of antagonistisch gewas dat de aaltjespopulatie doet dalen.

Beheersing van wortelknobbelaaltje tuinbouw_ Biokennis

Mogelijke beheersmaatregelen zoals het gebruik van resistente rassen of bodemontsmetting zijn ontoereikend. Bij bepaalde gewassen zijn inderdaad resistenties aanwezig, maar deze zijn vaak onvolledig. Bovendien is het aangewezen de bodem niet onnodig te verstoren door maatregelen zoals grondstomen, omdat op die manier de natuurlijke afweer uit de bodem verdwijnt. 

Gebruik maken van een vang- of antagonistisch gewas waarbij de populatie aaltjes daalt, lijkt meer aangewezen. Toch zijn dergelijke gewassen niet makkelijk te vinden. Tevens streven we hier naar gewassen met een korte teeltperiode, waarbij snel effect te zien is.

Demonstratieproef

In deze demonstratieproef werden drie verschillende groenbemesters gezaaid en ingewerkt: tagetes, rucola en soedangras (Foto). 

Rucola zorgt voor een afname van het aantal aaltjes in de bodem, maar het perceel braak scoort best

Aangezien deze proef demonstratief aangelegd werd, kan niet met zekerheid aangetoond worden dat er verschillen zijn. Voor soedangras of tagetes is in deze proefopstelling gebleken dat er geen reductie optreedt van het aantal aaltjes in de bodem. Er is een trend dat het gebruik van rucola als groenbemester voor een reductie in het aantal aaltjes zorgt na inwerking. Wanneer echter achteraf de symptoomontwikkeling op het wortelstelsel van het opvolgende gewas vergeleken wordt, blijken de braakgelegen bedden het beste te scoren. De gebruikte groenbemesters schijnen in deze proefopstelling geen noemenswaardige meerwaarde te bieden voor de reductie van het ziektebeeld. Een mogelijke verklaring kan zijn dat de geobserveerde reductie van het aantal aaltjes na inwerken van rucola slechts tijdelijk van aard is, of dat er pas een effect optreedt na meerdere toepassingen van deze groenbemester. Ook de negatieve resultaten voor tagetes waren onverwacht, gezien deze reeds lang gekend is voor zijn nematode-onderdrukkende eigenschappen. Ook hier is het mogelijk dat er pas een effect optreedt na meerdere toepassingen, of dat tagetes niet actief is tegen het specifiek soort aaltjes aanwezig in de bodem tijdens deze proefopstelling.  Om met zekerheid het effect van de gekozen bodembemesters te besluiten, zou dit nog eens herbevestigd moeten worden in een proef met voldoende herhalingen of in een proef die over verschillende teelten heen loopt.

Bron: CCBT

Meer informatie

Contact

Justine Dewitte, PCG, justine@pcgroenteteelt.be Cedrick Matthys, PCG, cedrick@pcgroenteteelt.be