Nieuws

Beheersing valse meeldauw in uien

Gepubliceerd op
26 augustus 2010

Infecties met valse meeldauw worden uitgesteld door gebruik te maken van “schoon” uitgangsmateriaal. In geval van plantuien is een warmwater behandeling voor het planten een methode om aanwezige besmetting in het uitgangsmateriaal te doden. Deze methode vraagt wel precisie, anders is deze behandeling niet afdoende.

Bij de warmwater behandeling is het van belang dat de temperatuur op ten minste 40°C blijft. Na minimaal één uur bij 40°C zijn de plantuien ontsmet. Een temperatuur van 43°C bleek geen negatief effect te hebben op de kieming na een warm water behandeling. Bij hogere temperaturen loopt de kieming snel terug. Een behandeling van plantuien met deze methode vraagt de nodige voorbereiding, naast het op temperatuur brengen van het water, is drogen na de behandeling noodzakelijk. Uit de proeven bleek het kiempercentage bij direct planten zonder drogen terug te lopen tot 80%. Na drogen gaf de biotoets een opkomst percentage van ca 97%.

Systemische aantasting en infectiebronnen

De eerste besmettingen van valse meeldauw worden meestal gevonden op afvalhopen. Van hieruit verspreiden zich de sporen. Tijdig afdekken van afvalhopen voorkomt besmetting van de omgeving. In geval van plantuien kunnen de eerstejaars uien worden besmet en zogenaamde systemische aantasting vooroorzaken in het tweede jaar. Valse meeldauw groeit dan mee met het nieuwe blad om vervolgens sporen te vormen die via de lucht verspreiden. De bestrijding van valse meeldauw is erop gericht de infectieroute te doorkruizen. Dit kan via warmwater behandeling voor het planten en  mogelijk warmtebehandeling zoals branden tijdens de teelt. Uit onderzoek in 2009 bleek:
  • Dat door loofbranden sporen van valse meeldauw worden gedood. Bovenin het gewas is de doding het sterkst; dit zijn juist de sporen die over het algemeen verantwoordelijk zijn voor de verspreiding naar de omgeving;
  • Dat na het branden het ontstaan van nieuwe vlekken en sporulatie met enkele dagen tot een week wordt vertraagd. Op deze manier kan verdere uitbreiding in het gewas en verspreiding naar de omgeving worden verminderd. Het loofbranden zal daarna wellicht één of meerdere keren herhaald moeten worden om de epidemie voldoende te kunnen vertragen.

Verder zijn in 2009 enkele middelen getoetst op werking tegen valse meeldauw. Zie  resultaten beheersing van valse meeldauw in uien (2009). 

Voor een overzicht van alle projecten met betrekking tot uitgangsmateriaal en veredeling in 2010: zie Biokennisbericht Uitgangsmateriaal en veredeling #1.

Downloads

Meer downloads