Nieuws

Beheersing bonenvlieg in asperges met Bio 1020

Gepubliceerd op
12 oktober 2010

De bonenvlieg (Delia platura) veroorzaakt niet alleen schade in de bonenteelt, maar komt ook voor in andere gewassen waaronder asperge. Om insecten zoals de bonenvlieg in een vroeg stadium uit te schakelen, is het middel Bio 1020 van Bayer in de markt gebracht. Afgelopen jaar is de werking van het middel binnen de projecten Telen met Toekomst en Schoon Water in de praktijk getest.

De Bonenvlieg lijkt op de kamervlieg, maar is slechts 3 tot 6 mm lang. De kleur van kop, borst en achterlijf is grijs tot geelachtig. De poten zijn zwart . De vlieg komt algemeen voor en tast behalve bonen ook spinazie, asperge, komkommerachtigen en fresia aan. De maden boren gangen in de kiemende zaden. Daardoor kunnen deze niet kiemen en rotten weg. Ook worden groeipunten uit kiemplantjes gevreten waardoor verder doorgroeien niet meer mogelijk is. De bonenplant komt nog wel boven de grond, met zijn twee zaadlobben, maar de rest ontbreekt. In de praktijk worden dit "soldaatjes" genoemd. Planten kunnen ook in een later stadium worden aangetast door maden van de bonenvlieg.

Klik hier voor meer info over de bonenvlieg.

Aspergeteelt

In de aspergeteelt ziet de schade er anders uit. De bonenvlieg zet de eitjes voornamelijk in onkruid af die tussen de aspergeplanten staat. In het najaar wordt loof en onkruid versnipperd en ingewerkt. Ook de eitjes van de vlieg gaan mee de grond in en worden in het voorjaar mee opgeploegd en zitten dan in de rug waar de aspergestengels gaan uitlopen. In de rug is het lekker warm door de afdekking met folie en de eitjes worden larven die gaan vreten aan de groeiende aspergestengels. De piepkleine larven zijn terug te vinden in de stengels en veroorzaken door hun vreterij gangetjes en rotte plekken op de stengels. De kwaliteit van de aspergestengels wordt dan dusdanig dat deze niet meer verkoopbaar is. Bestrijding van de bonenvlieg is niet mogelijk. Het perceel goed onkruidvrij houden kan het probleem enigszins voorkomen.

Metarhizum anisopliae

Bio 1020 bestaat uit gekookte rijstkorrels die gedroogd zijn en waarop de schimmel Metarhizum anisopliae geënt is. Deze rijstkorrels worden in de grond gewerkt om daar eitjes, larven, poppen en jonge stadia van de taxuskever te bestrijden. Voor dit insect is het product op de markt gebracht. Komt het insect in contact met de schimmel dan hecht deze zich aan het insect en groeit naar binnen. Het insect verzwakt en sterft. Het is gebleken dat Bio1020 ook tegen de poppen van trips werkt. Mogelijk ook tegen andere insecten waaronder dus de bonenvlieg. Door de korrels uit te strooien voor het opploegen van de ruggen wordt de schimmel mee de rug ingewerkt en komt kort bij de uitlopende stengels en hun belagers te zitten. Doordat het in de rug warm en vochtig is zou dit een ideaal klimaat moeten zijn voor de bewuste schimmel, zo is de redenatie.

Praktijkproef

Afgelopen jaar is in Udenhout bij Aspergeteler van Iersel een proef aangelegd op een perceel waar al een paar jaar problemen zijn met bonenvlieg. Op het perceel staan twee rassen (Backlim en Gynlim) en van beide rassen zijn een aantal ruggen behandeld met Bio1020 en de rest niet. Om de Bio1020 zo goed mogelijk in te werken is eerst de rug gefreesd, daarna half opgeploegd en de helft van de Bio1020 gestrooid op 15 cm in de rug, daarna weer opgeploegd en op 5 cm diep Bio1020 gestrooid en daarna definitief opgeploegd. Na oogst zijn er waarnemingen gedaan door de teler zelf en DLV Plant.
Dit jaar kwamen er nauwelijks beschadigde asperges voor, een enkele was door ritnaalden aangetast maar procentueel stelde de schade over het hele seizoen niets voor. Dit was zowel in het behandelde als het onbehandelde stuk in beide rassen het geval. Ook tijdens de doorgroei van het loof na het beëindigen van de oogst is ook geen verschil geconstateerd in de stand van het gewas. Over de werking van het middel Bio 1020 valt dus geen conclusie te trekken.

Downloads

Meer downloads