Nieuws

Alternatieve methoden voor chemische grondontsmetting

Gepubliceerd op
19 november 2009

Herinplant in de fruitteelt op zandgrond is alleen mogelijk als eventuele bodemmoeheid wordt bestreden. De biologische fruitteelt gebruikt geen chemische grondontmetting, maar ook in de gangbare fruitteelt komt deze methode onder druk te staan. Daarbij is het effect van chemische grondontsmetting op de lange termijn onvoldoende.

Reden voor PPO Wageningen UR om alternatieve behandelingen te onderzoeken. Dit is uitgevoerd op het fruitbedrijf de Wielewaal van Carlos Faes in Eindhoven. Hier werd in 2007 een vrij hoge bodembesmetting vastgesteld met het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans, één van de veroorzakers van bodemmoeheid. Na het rooien zijn in het voor en najaar van 2007 zeven verschillende behandelingen toegepast. Het effect van de behandelingen op de aaltjesbesmetting is in voorjaar 2008 onderzocht.

Diverse behandelingen en het directe effect

De volgende behandelingen zijn toegepast om bodemmoeheid te bestrijden:

  • Grond niet behandelen maar onkruidvrij (zwart) houden
  • Chemische grondonstmetting met Monan (= natte grondonsmetting= NGO)
  • Afrikaantjes (Tagetes patula) in de zomerperiode (zaai tussen half mei en half juli)
  • Biologische grondontsmetting (BGO) laat in het jaar. 50 ton/ha organisch materiaal is in de bodem gewerkt (in dit geval Avena strigosa een Japanse haversoort) en 15 weken afgedekt met plastic vanwege de dodende werking op een groot aantal aaltjessoorten, bodemschimmels en een aantal wortelonkruiden
  • Combinatie van afrikaantjes en BGO, waarbij de afrikaantjes in augustus door de bodem werden verwerkt
  • Biofumigatie met Sarepta mosterd (Brassica juncea), dat na het inwerken in de grond gasvormige stoffen vormt, die een dodende werking hebben op bodemziekten en -plagen
  • Compost (50ton/ha) ter verbetering van de structuur, organische stof en het leefmilieu van de bodem en ter verstoring van signalen van planten naar aaltjes

De methode met Afrikaantjes en die met Afrikaantjes gecombineerd met Biologische grondontsmetting (BGO) bleken de populaties van Pratylenchus aanzienlijk te reduceren, bijna net zo goed als natte grondontsmetting. Afrikaantjes bestrijden de aaltjes en door de combinatie met BGO worden ook andere (bodemmoeiheid veroorzakende) ziekteverwekkers bestreden. Compost en late BGO hadden een vergelijkbaar effect als onbehandelde grond. Na Biofumigatie was de aaltjespopulatie toegenomen.

Effecten op langere termijn

De effecten van de behandelingen op de groei en de productie van de appelbomen na herinplant worden in de periode 2009-2011 bekeken. In de praktijk is gebleken dat alternatieve bodembehandelingen in de eerste jaren na aanplant een verminderde groei kunnen geven. Dit zou gunstig kunnen zijn voor de productie en voor de teler. Minder groei in de eerste jaren, betekent minder snoei en dus minder arbeid voor de teler.

Downloads

Meer downloads

Links