Nieuws

Aanpassing voer vergemakkelijkt toepassing van pluimveemest

Gepubliceerd op
4 november 2010

De meeste legkippenhouders hebben zelf weinig grond en moeten de mest afvoeren. Om de mest aantrekkelijker te maken voor bijvoorbeeld de akkerbouw is het belangrijk dat de mestkwaliteit en daarbij met name de verhouding tussen stikstof en fosfaat verbetert. In 2009 en 2010 zijn pilots uitgevoerd om het effect van aanpassingen in het kippenvoer op de mestkwaliteit te onderzoeken. Toevoeging van een natuurlijk fytaseproduct lijkt effectief.

In granen is het grootste gedeelte van het fosfaat niet direct opneembaar voor kippen. In de gangbare productie wordt daarom fytase aan het voer toegevoegd om fytinezuur af te breken en zo fosfaat voor de kippen beter opneembaar te maken. Hiermee verlaagt ook het fosfaatgehalte in de mest. Dit fytase wordt geproduceerd m.b.v. genetisch gemodificeerde bacteriën en kan daarom niet in de biologische landbouw worden ingezet.

Er is ook een natuurlijk fytaseproduct beschikbaar, dat wordt verkregen door fermentatie van tarwegries door de schimmel Aspergillus niger. Het gefermenteerde product is verkrijgbaar onder de naam Synergen. In twee pilots is dit product getest.

De biologische fytase heeft een duidelijk effect op het fosfaatgehalte van de pluimveemest. In beide proeven daalde het gehalte, waarschijnlijk door een betere benutting en een vermindering van het toegevoegde monocalciumfosfaat. In de eerste proef met wat oudere kippen veranderde de verhouding tussen N en P2O5 weinig omdat ook het N-gehalte daalde. De reden ligt waarschijnlijk in een verhoogde efficiëntie van het eiwitgebruik.

In de tweede proef met jongere kippen zijn deze mogelijke effecten op de eiwitvertering echter niet gezien. Voor de legkippenhouderij is de verhoogde voerefficiëntie een welkom effect van het fytasegebruik. Bij de jongere generatie kippen verbeterde ook de mestkwaliteit sterk door een grotere N/P-verhouding. Voor de akkerbouw betekent dit dat er met de beperking van 75 kg P2O5 aanvoer op bouwland, bij een bemesting met pluimveemest in plaats van 80 kg N (gemiddeld gehalte van mest zonder fytasegebruik) nu 100 kg N/ha (bij gebruik van fytase) kan worden aangevoerd. Dit vergroot zeker de inzetbaarheid van pluimveemest in de akkerbouw. In de huidige pilotstudies is de fytase laag gedoseerd (100 gram/ton). Mogelijk kan een hogere dosering de resultaten nog verder verbeteren.

Downloads

Meer downloads