Dossier

Verminderen fosforexcretie door biologisch pluimvee

Mest van biologisch pluimvee bevat teveel fosfaat, zowel absoluut als relatief ten opzichte van stikstof. Hierdoor is fosfaat de beperkende factor voor de hoeveelheid biologische mest die per hectare aangewend kan worden. Dit betekent dat een biologische akkerbouwer de aanwendingsruimte voor stikstof niet optimaal kan benutten. Een groot deel van de biologische pluimveemest moet dus worden geëxporteerd, wat leidt tot toenemende kosten van mestafzet.

pluimvee: fosforverteerbaarheid

In dit dossier: Vermindering fosforexcretie door biologisch gehouden pluimvee, is alle informatie gebundeld. Doelstelling van dit project was het verzamelen van kennis waarmee de fosfaatuitscheiding van biologische varkens en pluimvee met ongeveer 10% verlaagd kan worden. Dit project heeft veel nieuwe informatie opgeleverd ten aanzien van:

  • fosforbehoefte van pluimvee,
  • (P-)verteerbaarheid van bestaande en nieuwe grondstoffen,
  • het benutten van plant-eigen fytase voor het verder verhogen van de P-verteerbaarheid, en
  • het scheiden van varkensmest, zodat de beste bestemmingen gevonden kunnen worden voor de fosfaatrijke en fosfaatarme fracties.

Toepassing van deze kennis draagt bij aan verlaging van de fosfaatuitscheiding van biologische varkens en pluimvee.

Deelprojecten

In dit onderzoeksprogramma zijn diverse deelproject uitgevoerd. Elk deelproject wordt kort toegelicht en bevat tevens links naar de publicaties, waarin alle details van het onderzoek terug te vinden zijn.

Fosforverteerbaarheid biologische grondstoffen

Dit onderzoek, uitgevoerd met leghennen, richtte zich op de grondstoffen mais, tarwe, tarwegries, sojaschilfers, zonnebloemzaadschilfers en erwten. Er is gekeken in hoeverre het fosforgehalte van biologisch geteelde grondstoffen afwijkt van conventioneel geteelde grondstoffen. Ook is de stikstof- en fosforverteerbaarheid van beide sets grondstoffen gemeten in een studie met leghennen. De verteerbaarheid is gemeten aan het einde van de dunne darm. Uit deze studie kan geconcludeerd worden dat er kleine verschillen waren in energiewaarde en verteerbaarheid van stikstof en fosfor. Vanwege de beperkte verschillen is het advies om dezelfde regressielijnen voor verteringscoëfficiënten toe te passen bij zowel biologische als gangbare grondstoffen. Voor een correcte inschatting van de voederwaarde van een grondstofpartij, dient wel de chemische samenstelling van deze partij vastgesteld te worden.

Publicatie

Benutten van planteigen fytase

In conventionele voeders wordt microbieel fytase toegevoegd om het fytaat-gebonden fosfor beschikbaar te maken voor het dier. Het gebruik van microbieel fytase is niet toegestaan in biologische voeders. Het enzym fytase komt echter van nature ook voor in bepaalde zaden, met name in granen. In deze studie is nagegaan in welke mate dit intrinsieke fytase kan bijdragen aan het verbeteren van de fosforverteerbaarheid en daarmee aan het verlagen van de fosfaatuitscheiding.

Hiertoe is een in vitro studie uitgevoerd, waarin onder laboratoriumcondities is onderzocht in hoeverre fytaat oplosbaar is en afgebroken kan worden, zodat het gebonden fosfor vrijgemaakt kan worden. Vervolgens is gekeken naar de fytaseactiviteit en de effectiviteit van het intrinsiek fytase van enkele grondstoffen die rijk zijn aan fytase. In deze testen zijn sojaschilfers als fytaatbron meegenomen.

Gebleken is dat fytases uit rogge en tarwe het beste zijn. Deze granen bevatten beide veel fytase en de fytase is ook effectief in het  afbreken van het fytaat. De fytaseactiviteit is zowel gemeten bij kamertemperatuur (praktijksituatie) als bij 370C. Bij deze temperatuur is er een significante toename van de P-beschikbaarheid t.o.v. incubatie bij kamertemperatuur. De P-beschikbaarheid neemt af als er een voorincubatie met Pepsine-HCl (simulatie van de maag) wordt toegepast. Dit beschadigt het aanwezige fytase, zodat er een langere incubatietijd nodig is om dezelfde mate van P-beschikbaarheid te krijgen als wanneer geen Pepsine-HCL wordt toegepast. Het lijkt dat fytase (ook een eiwit) in een eiwitarm mengsel gevoeliger is voor afbraak door Pepsine-HCl, dan wanneer er meer eiwit in het mengsel beschikbaar is.        

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat de combinatie van grondstoffen, maar ook de condities waaronder de voorincubatie plaatsvindt, belangrijk zijn voor de mate van P-beschikbaarheid. Door grondstoffen te fermenteren voordat deze aan het dier verstrekt worden kan de P-beschikbaarheid dus sterk verhoogd worden. Zonder fermentatie dient de ontsluiting van het fytaat-gebonden P plaats te vinden tijdens de relatief korte tijd dat het zich in de krop of de maag van het dier bevindt.

Publicaties

Het vaststellen van de fosforbehoefte leghennen en afstemmen van de fosforgift op P-behoefte

Op basis van modelberekeningen blijkt dat het bij leghennen mogelijk is om het opneembaar P-gehalte (oP) in het voer met 10% te verlagen. De voeropname van biologisch gehouden leghennen is ongeveer 10% hoger dan van gangbare hennen, zodat de dieren per saldo een gelijke oP-opname hebben.

Daarnaast is een dierexperiment uitgevoerd om het concept van ochtend-avondvoedering (split-feeding) te vergelijken met het gangbare voedingsregime (een voersoort voor de hele dag). Het ochtendvoer bevatte meer eiwit, energie en P en minder Ca. Het middagvoeder bevatte juist minder energie, eiwit en P terwijl het meer Ca bevatte. Uit het onderzoek bleek dat het toepassen van split-feeding resulteerde in 7,5% minder fosfaatuitscheiding. Split-feeding had geen effect op de fosforbenutting en er was geen effect van split-feeding op de productieprestaties van de leghennen. Het toepassen van split-feeding had ook geen effect op de kwaliteitskenmerken van de eieren. Split-feeding kan dus toegepast worden om de fosforexcretie van biologische leghennen te verminderen, zonder dat dit negatieve effecten heeft op de productieprestaties van de leghennen en de kwaliteit van de eieren.

Publicaties

Evaluatie van Processed Animal Proteins (PAPs) afkomstig van varkens voor toepassing bij vleeskuikens

Binnen dit deeltraject is de fosforverteerbaarheid en de verteerbaarheid van andere nutriënten van twee varkens PAPs onderzocht en zijn de effecten van toevoeging van deze PAPs op dierprestaties, diergezondheid en botkwaliteit bij vleeskuikens bepaald. Dankzij de verteringsstudie beschikken we nu over geactualiseerde waarden m.b.t. de verteerbaarheid van Ca en P, eiwit en aminozuren en energie van deze PAP’s. Uit de groeiproef blijkt dat het goed mogelijk is om een deel van het sojaschroot in het voer te vervangen door de PAP’s zonder dat dit ten koste gaat van de dierprestaties, darmgezondheid en botkwaliteit van vleeskuikens

Publicatie

Rapporten volgen binnenkort

Contact