Nieuws

Bodemleven koesteren loont

Gepubliceerd op
10 juni 2011

Regenwormen, springstaarten, bacteriën en schimmels. Ze vormen met nog veel meer organismen de basis van een gezonde bodem. Maar hoeveel en welke soorten heb je minimaal nodig? Een maat is in ontwikkeling.

Bodemorganismen vormen een heel netwerk dat elkaar beïnvloedt, opeet of gegeten wordt. Ze zorgen er met elkaar voor de omzetting van organische stof in voedingsstoffen voor planten. Of ze graven gangen waar plantenwortels kunnen groeien of waar water door wordt afgevoerd.

Michiel Rutgers, werkzaam bij het RIVM, heeft een eerste poging gedaan om een maat te vinden voor een gezonde bodem. Samen met Wageningen UR en BLGG heeft hij voor tien categorieën grondgebruik, zoals akkerbouw op klei, opgeschreven hoeveel en welke soorten bodemleven en welke bodemprocessen passen bij een gezonde bodem.
De volgende stap is om uit te zoeken welke maatregelen een boer moet nemen als zijn bodem nog niet ‘gezond’ is. Zover is het nog niet, maar zorgen dat het bodemleven in tact blijft helpt in ieder geval, is de overtuiging van Lijbert Brussaard, hoogleraar bodembiologie.

Downloads

Meer downloads