Uitgave

Trips: moeilijk biologisch te beheersen

Tripsschade komt in veel gewassen voor. In de biologische teelt zijn maar weinig
middelen tegen trips opgewassen. Schade is op verschillende manieren in de
hand te houden, al blijkt het in de praktijk nauwelijks mogelijk om een gewas
volledig te vrijwaren. In dit BioKennisbericht leest u meer over de leefwijze van
trips en de mogelijke maatregelen om schade te beperken.

Soorten en leefwijze

Tripsen komen over de gehele wereld voor. Van de ongeveer 5000 bekende soorten veroorzaken slechts een paar honderd soorten schade aan gewassen. De meeste economische schade wordt door slechts vier soorten veroorzaakt, waaronder Thrips tabaci en de Californische trips. In de buitenteelt wordt vooral de Thrips tabaci aangetroffen. Bij het zoeken naar een geschikt voedselgewas gaat trips voornamelijk op kleur en geur af. Factoren zoals de eigenschappen van het bladoppervlak en het ontwikkelingsstadium van de plant bepalen of de trips blijft zitten. Zo ja, dan prikt de trips met monddelen enkele cellen aan. De samenstelling van de plantensappen bepaalt mede of de trips zich

daadwerkelijk gaat voeden of vertrekt op zoek naar ander voedsel. Er zijn meer dan 100 wilde en cultuurplanten beschreven waarop Thrips tabaci zich. Voorbeelden zijn: ui, prei, knoflook, katoen, tabak, kool, asperge, chrysant, komkommer, cyclaam, hyacint, aardappel, roos, erwt, aardbei en tomaat.

De geringe grootte van de tripsen en hun verborgen gedrag zorgen ervoor dat ze moeilijk zijn waar te nemen. Ze vliegen slecht, maar door gebruik te maken van de wind kunnen ze toch grote afstanden overbruggen.