Nieuws

Zwaveltekorten leiden tot verminderde eiwitvorming bij plant en dier

Gepubliceerd op
4 juni 2010

Zwavelvoorziening lijkt op biologische melkveebedrijven steeds meer de zwakste schakel te worden. Door luchtverontreiniging kwam zwavel jarenlang gratis uit de lucht. Nu dit milieuprobleem is opgelost, krijgt de landbouw steeds meer te maken met zwaveltekorten, want zwavel is een essentieel element voor de vorming van verschillende aminozuren en daarmee van eiwit. Zo staat in Ekoland.

Aangezien eiwitvorming zowel belangrijk is voor gewas- als dierproductie, is het belangrijk de zwaveltekorten op beide vlakken te peilen. Het artikel in Ekoland belicht dan ook beide kanten: hoe komt het zwaveltekort tot uiting op gewasniveau, op dierniveau en wat is eraan te doen?

Gewasniveau

Met name op lichte zandgronden is de bodemvoorraad van zwavel laag. Zwaveltekorten voor grasklaverproductie doen zich met name in het voorjaar voor. Na een natte winterperiode is veel van de beschikbare zwavel in de bodem uitgespoeld. Door de lage bodemtemperatuur is de mineralisatie van de organische stof in de bodem nog beperkt, zodat er nog weinig zwavel uit de bodemvoorraad vrij komt. Voor een optimale gewasgroei ligt het zwavelgehalte in gras(klaver) tussen de 2 en 4 g per kg droge stof. Op een perceel waar de bodemvoorraad laag is, kan het beste in de eerste en tweede snede zwavel worden bijbemest.

Dierniveau

Pensbacteriƫn hebben voor het aanmaken van eiwit naast stikstof ook zwavel nodig. Bij een eiwitarm rantsoen kan aanvulling met zwavel nodig zijn. Tekorten aan zwavel bij koeien, schapen en geiten zijn te zien aan slechtere haar- en klauwkwaliteiten (zwavelhoudende aminozuren zijn belangrijk bij haren en klauwen), een melkproductievermindering en bij jonge dieren aan groeivertraging. Een laag zwavelgehalte kan ook aanleiding geven tot lagere melk-eiwitgehalten, vaak in combinatie met hogere ureumgehalten door een slechte benutting van stifstof in de pens. Zwavelaanvulling op dierniveau kan door anorganische zwavel te voederen (calcium- of magnesiumsulfaat). Najaars-grasklaver, van percelen rijk aan organische stof, is vaak rijk aan zwavel en kan aanvullend zijn in het rantsoen. Ook drinkwater (geen leidingwater) en producten in het rantsoen van koolachtigen (bladkool, rapen, spruitstokken, koolzaadschilfers) kunnen bijdragen aan de zwavelvoorziening van het vee.

Downloads

Meer downloads