Nieuws

Weren van roofvogels uit de kippenuitloop

Gepubliceerd op
23 november 2011

Van de Nederlandse legpluimveebedrijven met een uitloop heeft 41% uitval door roofdieren: 13% door vossen, 15% roofvogels en 13% beide. Pluimveehouders kunnen hun kippen tegen vossen beschermen door een omheining met schrikdraad en door te voorkomen dat kippen ‘s nachts buiten blijven. Roofvogels echter, zijn niet door een omheining buiten te sluiten en zijn jaarrond dagactief. Het Louis Bolk Instituut testte in overleg met deskundigen en belanghebbenden twee nieuwe methoden tegen roofvogels uit.

Foto: Monique Bestman, Louis Bolk Instituut.

Bij de eerste methode worden prooidieren behandeld met een misselijkmakende stof, waardoor de roofvogel deze prooidieren gaat associëren met dit negatieve effect en er in de toekomst van af blijft. De tweede methode, het onder stroom zetten van karkassen, heeft als doel dat roofvogels bij aanraken ervan een schok krijgen en er in de toekomst van af blijven.

Methode misselijkmakende stof lijkt meest effectief

Op basis van het geobserveerde gedrag, de consumptie van het kadavervlees en de uitval van kippen als gevolg van doding door roofvogels is er geen aanleiding om aan te nemen dat het toepassen van elektriciteit op een kadaver leidt tot een leereffect bij buizerds of haviken. De methode met de misselijkmakende stof lijkt wel van waarde, omdat bij twee van de drie betrokken bedrijven de doding van kippen in de uitloop in de testfase minder bleek dan voor de behandelfase. Bovendien waren in een vorige proef al vergelijkbare bevindingen gedaan bij een pluimveebedrijf. Een grotere steekproef is nodig om de methode te toetsen, met name in het geval dat het predatieprobleem nog maar jong is.

Maatwerk vereist

Andere redenen waardoor het nog niet mogelijk is de methode met een misselijkmakende stof in de praktijk toe te passen, zijn dat 1) er geen enkele stof voor dit doel is
geregistreerd en dus niet als zodanig mag worden toegepast en dat 2) het niet toegestaan is om kippen tijdelijk binnen te houden, wat wel noodzakelijk is bij zo’n behandeling. Mocht een dergelijke methode wel toepasbaar worden in de praktijk, dan vinden de onderzoekers dat dat alleen mag gebeuren door daartoe bevoegde personen. Dit om te voorkomen dat er op ondeskundige wijze wordt omgesprongen met het aanbod van misselijkmakende kadavers aan beschermde roofvogels. Gezien de soms complexe situaties zal maatwerk steeds vereist zijn.

Contact informatie: Monique Bestman, Louis Bolk Instituut

Downloads

Meer downloads