Nieuws

Veel variatie bij bezichtiging Bioimpuls aardappelklonen

Gepubliceerd op
15 januari 2014

Op 19 december is voor de 5e keer een bezichtiging van aardappelklonen afkomstig uit het Bioimpuls veredelingsproject georganiseerd. In een kas van Wageningen UR konden boerenkwekers, veredelaars en onderzoekers materiaal uit de Bioimpuls phytophthora veredeling uit 2013 bekijken en zo een selectie maken van de kruisingsouders en interessante klonen voor het volgende seizoen.

Elk jaar worden opbrengstproefvelden aangelegd om de derde- en ouderejaars klonen en potentiële kruisingsouders uit het veredelingsprogramma te beoordelen. In december worden de knollen uit deze velden uitgestald. Deelnemers van Bioimpuls beoordelen deze en ieder maakt uit dit gevarieerde aanbod een eigen selectie om in het volgende seizoen kruisingen te maken of te beproeven. Jaarlijks worden hiervoor zo’n 20.000 zaden en knollen van 10 – 15 gevorderde klonen uitgegeven.

Bioimpuls

Het veredelingsproject Bioimpuls richt zich op het veredelen tegen Phytophthora (aardappelziekte), een ziekte waarvoor tot voor kort geen resistente rassen in de handel waren voor de biologische sector. In dit 10-jarige project, begonnen in 2009, wordt in een samenwerking tussen Wageningen UR, Louis Bolk Instituut, zes kweekbedrijven en diverse biologische kwekers gewerkt via een korte, midden en lange termijn traject aan resistenties tegen phytophthora. De basis wordt gevormd door het kruisingswerk met wilde phytophthora-resistente aardappelsoorten wat al aanwezig was bij de Wageningen Universiteit. Dit materiaal heeft echter nog heel veel wilde eigenschappen en er zijn vele jaren van kruisen en selecteren nodig om tot een bruikbare aardappel te komen. Recent zijn er twee resistente rassen op de markt gekomen en deze bronnen van phytophthoraresistentie zijn ook aan het programma toegevoegd, zodat ook op de korte termijn resultaat behaald kan worden.

Stapelen van genen

Phytophthora is een oömyceet, (lijkt op een schimmel, maar is het niet) en veroorzaakt knolrot en bruinverkleuring en afsterving van de bladeren en stengels. Het is een agressieve ziekte en bij een massale uitbraak kan Phytophthora snel muteren. Door deze genetische veranderingen kan de ziekte ook oorspronkelijk resistente aardappelen aantasten. Het is dus van belang een diversiteit aan resistentiegenen binnen een ras in te kruisen om te voorkomen dat Phytophthora de aardappelziekte gaat veroorzaken tijdens de jarenlange teelt van dit ras. Dit heet stapelen van resistentiegenen. Tijdens het veredelingsprogramma wordt met behulp van DNA bepalingen vastgesteld welke nakomelingen de benodigde stapeling van resistentiegenen hebben. Met deze nakomelingen wordt verder geselecteerd.

Boerenkwekers

Boerenkwekers (ook wel hobbykwekers genoemd) hebben van oudsher een belangrijke rol binnen de Nederlandse aardappelveredeling. Deze kwekers nemen het selecteren van bruikbare klonen uit dit kruisingsprogramma van vele honderden kruisingen voor hun rekening. Deze selectie beslaat vaak de eerste drie jaar van de veredeling tot een ras wat 8 tot 10 jaar duurt. Het is belangrijk gebleken biologische telers te betrekken in het selectieprogramma en zo de kans te vergroten op het verkrijgen van meer rassen geschikt voor de biologische teelt. Om meer achtergrond en inzicht te geven aan deze telers is er een aardappelveredelingscursus opgezet en een handboek uitgegeven. Op dit moment zijn 14 boerenkwekers betrokken in het project.

Veredelingsbedrijven

De veredelingsbedrijven beproeven veel belovende 3e jaars klonen op meerdere locaties, in meerdere jaren en op meerdere eigenschappen. In deze afvalrace wordt gezocht naar robuuste rassen, waardoor er uiteindelijk een paar resistente rassen per jaar op de markt zouden moeten komen. De bedrijven leveren deze bijdrage in kind, omdat zij rassen voor de biologische markt als een belangrijke aanvulling op hun assortiment zien. In de komende vijf jaar zullen vier bedrijven meedoen.

Onderzoeksprogramma Groene Veredeling

Bioimpuls is onderdeel van het onderzoeksprogramma Groene Veredeling, waarin ook onderzoek gedaan wordt aan prei, spinazie, tomaat en lupine. Dit onderzoek richt zich, naast resistentieveredeling, ook op veredeling van rassen die met minder bemesting en water toe kunnen. Het programma wordt gefinancierd door het ministerie van EZ, met minimaal 40% in-kind en/of in-cash bijdrage van betrokken bedrijfsleven.

Links

Contact

Lammerts.jpg

Edith Lammerts van Bueren, Louis Bolkinstituut