Nieuws

Van nature afgestorven Jacobskruiskruid is niet giftig

Gepubliceerd op
6 juni 2009

Het giftige Jacobskruiskruid is vooral een probleem op verschralend natuurgrasland zonder chemische bestrijding. Het Louis Bolk Instituut heeft onderzocht of de gedroogde resten die na de bloei in het veld blijven staan nog steeds giftig zijn en een gevaar vormen voor vee tijdens de voorjaarsbeweiding. In een netwerkbijeenkomst met veehouders van het Overlegplatform Duinboeren en Vereniging Natuurmonumenten is de problematiek besproken en in een rondgang langs probleempercelen zijn openstaande vragen behandeld. Uit de resultaten blijkt dat van nature afgestorven Jacobskruiskruid in het volgende voorjaar géén giftige stoffen meer bevat. Dit is een verrassende uitkomst omdat gemaaid gedroogd materiaal wél zijn giftigheid behoudt. Mogelijk verdwijnen de gifstoffen bij natuurlijke afrijping van de plant, of worden de gifstoffen in de natuurlijk afgestorven stengels tijdens de winter afgebroken.

De gifstoffen in Jacobskruiskruid zijn secundaire metabolieten (pyrrolizidine alkaloïden) en hebben de hoogste concentratie tijdens de bloei, waarna de plant afsterft. Omdat bij voorjaarsbegrazing vee per ongeluk afgestorven plantenresten van Jacobskruiskruid uit het voorgaande jaar binnen kan krijgen, maken veehouders zich zorgen over de giftigheid.
Met materiaal van probleempercelen bij de Loonse en Drunense duinen zijn analyses uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD, Deventer). De analyses toonden dat de van nature afgestorven delen géén alkaloïden bevatten, terwijl verse rozetten van Jacobskruiskruid van hetzelfde perceel boordevol met deze gifstoffen zaten. Bij andere plantensoorten met dezelfde gifstoffen is overigens al wel bekend dat de concentraties afnemen naarmate de planten ouder worden.

Het netwerk Jacobskruiskruid is op zoek naar methoden om Jacobskruiskruid uit gepachte natuurgraslanden te weren. Gezocht wordt naar oplossingen o.a. op het vlak van bemesting en herinzaai voor een dichte graszode, en maaien en bloten voor het inperken van de verspreiding.