Nieuws

Utrechtse perentelers zien effecten van regenwormen

Gepubliceerd op
19 oktober 2015

Regenwormen zijn belangrijk voor de perenteler: ze verteren blad waarop overwinterende ziekten voorkomen en ze verbeteren de structuur van de bodem waardoor er meer zuurstof in de grond komt en overtollig water sneller afgevoerd wordt. Hoeveel regenwormen zijn er nodig en wat moet je doen om het aantal regenwormen te stimuleren als er te weinig aanwezig zijn?

Utrechtse perentelers zien effecten van regenwormen

Dat zijn de vragen die in het project “Duurzaam bodembeheer grootfruit” worden gesteld. Er werd ontdekt dat het gebruik van compost vroeg in het voorjaar de ontwikkeling van regenwormen vertraagt, waarschijnlijk door het langer koud houden van de bodem. In de fruitteelt kan immers de compost niet ondergewerkt worden na het planten van de bomen. Door het daarop volgende jaar de compost in juni uit te rijden werden in het najaar meer regenwormen gevonden. Op de bedrijven varieerde het aantal regenwormen van 57 tot 248 regenwormen/m2. Het aantal soorten lag tussen de 4 en 9.

Pendelaar of rode worm

Opvallend waren de verschillen bij de bladverteerders Lumbricus terrestris (dauwworm of pendelaar) en Lumbricus rubellis (rode worm). De meeste bedrijven hadden één van beide. Waarschijnlijk is de pendelaar het meest effectief in het verteren van het blad en het voorkomen van het overwinteren van ziekten. De pendelaar trekt namelijk het blad helemaal de grond in terwijl de veel kleinere rode worm het blad op de grond laat liggen. In het onderzoek in boomgaarden waarin het aantal regenwormen kon worden verhoogd ging het steeds om toename van de rode worm. Naar het stimuleren van de pendelaar wordt nog onderzoek gedaan.

Regenwormen en bodembeheer

Regenwormen zijn goed voor de bodem. Ze zorgen voor een gezonde bodem, door gangen te maken in de grond. Hierdoor ontstaat er een stabiele structuur en een goede doorluchting en regenwater kan snel wegzaken. De uitwerpselen van regenwormen bevatten veel voedingsstoffen, zoals stikstof, fosfaat en kalium, die een goed zijn voor de aantallen bodem-microorganismen. De micro-organismen in de grond helpen de regenworm bij het verteren van de bladeren. Dit helpt op haar beurt weer om schadelijke schimmels tegen te gaan.

Bron: www.beterbodembeheer.nl

Contact

Rien van der Maas, Wageningen UR, rien.vandermaas@wur.nl