Nieuws

Succesvolle bloeiende akkerranden dreigen te verdwijnen

Gepubliceerd op
12 september 2014

De wijziging in het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid) leidt zeer waarschijnlijk tot minder akkerranden in het landelijk gebied. Dat is de conclusie van de bijeenkomst in Erichem (Rivierenland) van 4 september jl. waaraan boeren, imkers, onderzoekers en waterschappers deelnamen. Bloeiende randen langs slootkanten zijn een voedselbron voor bijen en nuttige insecten en zij helpen bij een natuurlijke plaagbeheersing.

akkerranden dreigen te verdwijnen

Tussen 2010 en 2014 hebben veertig boeren in Rivierenland succesvol bloeiende akkerranden aangelegd. Daar komen nuttige insecten op af en dat heeft tot gevolg dat het insecticidengebruik op de akkers is verminderd. Via het landelijke samenwerkingsverband Bloeiend Bedrijf en het project BIJenBestuiving doen boeren veel ervaring op met nuttige akkerranden. Het enthousiasme is groot onder de boeren, omdat natuurlijke plaagbeheersing bleek te werken. “Nu het GLB het werken met akkerranden niet stimuleert, is het de vraag wat er nog van akkerrandenbeheer terecht komt”, aldus Peter van Noord van VANL Tieler- en Culemborgerwaarden. “We kunnen de ervaring niet verzilveren.”

Akkerrand goed voor bijen en waterkwaliteit

Akkerranden zorgen voor voedsel voor bijen – die cruciaal zijn voor de vruchtzetting in de landbouw – en werken als een buffer. De emissies van mest of chemische middelen in sloten verminderen namelijk en dat bevordert de waterkwaliteit. “Bij akkerranden snijdt het mes dus aan twee kanten”, concludeert Boki Luske, projectleider van BIJenBestuiving van het Louis Bolk Instituut. “Boeren spuiten minder, omdat ze de gewassen regelmatig monitoren op plaaginsecten, én de randen zorgen voor een betere kwaliteit van het water. Wij verwachten dat boeren in 2015 overstappen op vanggewassen die in praktijk weinig aan biodiversiteit en vergroening te bieden hebben. Het is een gemiste kans dat er pas in 2016 nieuwe fondsen beschikbaar zijn voor de aanleg van randen.” Waterschap Rivierenland wil in 2015 wel doorgaan met akkerranden, maar kan het financieringsgat van de overheid slechts gedeeltelijk dichten.

Over het netwerk BIJenBESTUIVING

In het kennisnetwerk BIJenBESTUIVING (2013-2015) werken imkers en boeren samen aan een bij-vriendelijk landschap door teelttechnieken en agrarisch natuurbeheer af te stemmen op de Honingbij en wilde bijen. Ze worden begeleid door het Louis Bolk Instituut. Het netwerk wordt gefinancierd door sponsors uit het bedrijfsleven aangevuld door het Ministerie van Economische Zaken en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.

Contact

Lidwien Daniels, communicatieadviseur bij het Louis Bolk Instituut, l.daniels@louisbolk.nl