Nieuws

Sturen op fosforgehalte in biologische geitenmest

Gepubliceerd op
25 mei 2017

Als gevolg van de dalende fosfor-bemestingsnormen in MAP5, is fosfor steeds vaker het beperkende nutriënt voor het gebruik van dierlijke mest op bedrijfsniveau. Een CCBT-project onderzoekt wat de mogelijkheden op het gebied van voer en strooisel om het fosforgehalte in vaste geitenmest te verlagen.

In samenwerking met Inagro wordt het volgende onderzocht: kan de verhouding N/P in geitenmest be├»nvloed worden door aanpassing van de samenstelling van het rantsoen en het strooisel op fosforinhoud? Belangrijk hierbij is het behoud van het productiepotentieel. 

De aanleiding hiervoor zijn de verscherpte mestwetgeving op het gebied van fosfor. Dit maakt de afzet van dierlijke mest moeilijk omdat de N/P verhouding van die mest niet aansluit op de behoeften of bemestingsruimte van de plantaardige biologische bedrijven.

Rantsoenen vergelijken

Uitgaande van de informatie op vlak van mineralensamenstelling vanuit de CVB-voedertabellen en praktijkgegevens werden simulaties gemaakt voor de diverse rantsoenen, rekening houden met de productiecapaciteit. We hebben een ranstoen dat zeer herkenbaar is voor de geitenhouders vergeleken met een geoptimaliseerd ranstoen inzake de N/P-verhouding in de mest, steeds strevend naar een performante melkproductie. (Bekijk de rantsoenen en cijfers in het volledige artikel)

Hier leren we uit dat de N/P-verhoudingen in de geitenmest volgens deze berekeningen hoger zijn (2,37 en 4,5) dan volgens het forfait van MAP5 (1,89). Verder zien we een erg groot verschil tussen het herkenbare rantsoen (2,37) en het geoptimaliseerde rantsoen (4,5).

Fosfor beperkende factor

Volgens de forfaitaire norm van MAP5, is fosfor steeds de beperkende factor inzake bemesting met bio geitenmest op groentenbedrijven. Indien we het herkenbaar rantsoen en strooisel bekijken, wordt dit pas vanaf fosfaatklasse II de realiteit. Met een aangepaste rantsoenering op fosfaatvlak (waarbij de melkproductie wel hoog genoeg blijft) komen we ertoe om voor gronden in alle fosfaatklassen toch voldoende stikstof (170 kg N/ha) voor de biologische groententeelt te kunnen voorzien.

Rode klaver, luzerne, lupinen, bieten en de eventuele pulp ervan vormen de kracht om de fosfaatgehalten in de mest laag te houden en de melkproductiecapaciteit te behouden. Er liggen kansen voor samenwerkingen tussen geitenhouders en  groentetelers en akkerbouwers om samen tot een mooie win/win te komen. Wie neemt de handschoen aan? 

Bron: CCBT

Meer informatie

Contact

Wim Govaerts, Bioconsult, wim.govaerts@bioconsult.be