Nieuws

Stikstof uit hulpmeststoffen

Gepubliceerd op
13 maart 2008

Biologische akkerbouwers maken gebruik van hulpmeststoffen om de gewasontwikkeling, opbrengsten en eiwitgehalte van tarwe bij te sturen. In een veldproef zijn 12 verschillende meststoffen onderzocht op samenstelling en werking. Daarnaast zijn opbrengsten en eiwitgehalten van de proefveldjes gemeten.

Door de wisselende weersomstandigheden, droog voorjaar gevolgd door natte periode, viel de kieming plus uitstoeling tegen en was de onkruiddruk groot. De opbrengsten van zowel de proefvelden als productieveld vielen tegen variƫrend van 1,4 tot 3,9 ton per ha.
De metingen van nitraatgehaltes in de bodem geven informatie over de werking van verschillende hulpmeststoffen. Hieruit valt af te leiden dat met name vinasse, protamylasse en Condit snel stikstof vrijgeven. Deze worden gevolgd door verenmeel, ricinusschroot en digestaat uit co-vergisting. Meer gestage stikstoflevering geven: luzernebrok, koolzaad en Maltaflor.

Bij protamylasse, digstaat, condit en verse kippenmest was na zes weken een aanzienlijke hoeveelheid stikstof verdwenen ten opzichte van de controlebehandeling.

Klik hier voor de complete tekst van het rapport 'Hulpmeststoffen: beschikbaarheid en opname van stikstof in de biologische teelt van zomertarwe' van Willemijn Cuipers en Monique Hospers-Brands.