Nieuws

Schade door preimineervlieg

Gepubliceerd op
12 januari 2015

De schade door de preimineervlieg (Phytomyza gymnostoma) kenmerkt zich door roodbruin verkleurde verticale vraatgangen tot diep in de schacht van prei. In de mineergangen zijn vaak nog de witgele maden terug te vinden die de schade veroorzaken. In september startte Inagro een proef naar de inzetbaarheid en de effectiviteit van biologische bestrijdingsmiddelen tegen tweede generatie larven.

Schade door preimineervlieg

De maden in de mineergangen verpoppen zich vaak aan het uiteinde van deze gangen. Ook deze roodbruine, 3 à 4 mm lange poppen kan je bij het pellen van de prei gemakkelijk terugvinden. In dit stadium overwintert de preimineervlieg, ofwel in de waardplant op het veld of gehecht aan de gewasresten in de grond. Uit onze laatste veldwaarnemingen op 15 december blijkt dat er ook nu nog maden aanwezig zijn in de schachtbladeren van winterprei. Deze wijzen er op dat de vliegen in het najaar lang actief blijven en zeker tot eind november, begin december eitjes kunnen afleggen.

Impact op de preioogst

Het volledige schadebeeld en de omvang van de schade is pas zichtbaar bij het schoonmaken van de prei. Aan het groene bladgedeelte zijn tijdens het groeiseizoen meestal geen opvallende symptomen te zien. De mineergangen in de schacht zorgen voor een reductie in kwaliteit en marktbaarheid van de prei. De vraatgangen kunnen uitgroeien tot scheuren in de bladeren en zijn gevoelig voor secundaire schimmel- of bacteriële infecties. Een zware aantasting met meerdere larven per plant kan de preioogst deels of quasi volledig onverkoopbaar maken. In de periode van december tot februari is er meest kans op economische schade.

Bestrijdingsproef tegen tweede generatie larven

In september startte Inagro een proef naar de inzetbaarheid en de effectiviteit van biologische bestrijdingsmiddelen tegen tweede generatie larven. Deze proef is aangelegd op een locatie waar de prei in de winter van 2013-2014 sterk was aangetast door preimineervlieg. Dit najaar zijn er vier behandelingsschema’s getest in de veldproef: twee met spinosad als actieve stof, één met een proefmiddel en één combinatie van spinosad met het proefmiddel. De eerste behandeling werd uitgevoerd op 26 september en de laatste op 31 oktober. Vanaf november zijn er op drie tijdstippen preimonsters gerooid om de aantallen aanwezige larven en poppen en de aangerichte schade op te volgen. Uit de eerste resultaten blijkt dat

  • de schade op dit moment algemeen minder is dan in december 2013;
  • Spinosad en het proefmiddel een werking hebben tegen de larven van preimineervlieg;
  • de timing van de behandelingen belangrijk is.

Voor deze laatste is een goede monitoring noodzakelijk. Een goede, betrouwbare methode voor detectie van de vluchten en de activiteit van preimineervlieg staat echter nog niet op punt. Inagro werkte hiervoor samen met andere proefcentra mee aan een nieuw projectvoorstel dat begin december werd ingediend.De proef wordt in januari volledig geoogst. Een laatste schadebeoordeling en opbrengstbepaling zal ons dan zicht geven op het uiteindelijk effect van de proef behandelingen.

Bron: CCBT

Meer informatie

Contact

Femke Temmerman, Inagro, femke.temmerman@inagro.be