Nieuws

Samenwerking intensiveren voor meer regionaal pluimveevoer

Gepubliceerd op
7 april 2016

Biologische landbouw streeft naar het sluiten van kringlopen op regionaal en bedrijfsniveau. Voor gevogelte moet 20% van het veevoeder afkomstig zijn van het eigen landbouwbedrijf of van een landbouwbedrijf uit de regio. Proefbedrijf Pluimvee en Inagro hebben een CCBT-studie gedaan naar de mogelijkheden hiervan.

Studie naar meer regionale grondstoffen in pluimveerantsoen

Vlaamse biologische leghennenbedrijven hebben, naast de vrije uitloop, meestal geen extra ruimte waar zij zelf een gedeelte van voedergewassen kunnen telen of om zelf een gedeelte van de kippenmest te plaatsen. Om te kunnen voldoen aan de regionaliteitsvoorwaarde voor het voer zullen zij op zoek moeten gaan naar samenwerkingsverbanden op regionaal niveau om kringlopen te sluiten.

Zoeken naar regionale mogelijkheden

De bedrijven die extra ruimte hebben, geven aan dat ze behoefte hebben aan advies voor de mogelijkheden op hun bedrijf. Deze CCBT-studie van Proefbedrijf Pluimvee en Inagro wil een samenvatting geven van de mogelijkheden voor akkerbouwers en pIuimveehouders die geïnteresseerd zijn om zelf gewassen te telen die passen in een pluimveerantsoen. Dit geldt ook voor pluimveehouders die zelf grondstoffen willen aankopen en deze zelf op het bedrijf verwerken in het rantsoen. Verder kan deze studie interessant zijn voor akkerbouwers en pluimveehouders die intensiever met een voederleverancier willen samenwerken rond regionale teelt van pluimveevoer.

Voorbeelden van rantsoenen

Van verschillende grondstoffen, zoals granen, peulvruchten en oliehoudende gewassen, werden teeltfiches opgemaakt. opgemaakt. Daarnaast werden in samenwerking met ILVO een aantal voorbeeldrantsoenen samengesteld.

Bron: CCBT

Publicaties

Contact