Nieuws

Ruwvoerrantsoen aanpassen bij biologisch gehouden dragende zeugen

Gepubliceerd op
21 december 2012

Drie factoren lijken bepalend voor het succesvol vervangen van krachtvoer door ruwvoer: een hoogwaardig ruwvoer(mengsel), gelijktijdige ruwvoeropname door alle zeugen en individuele bijsturing van de krachtvoeropname. Dit is de conclusie van onderzoek naar de spreiding in ruwvoeropname bij biologisch gehouden dragende zeugen.

Biologische varkenshouders zijn verplicht ruwvoer aan dragende zeugen te verstrekken. Voldoende ruwvoer van een goede kwaliteit draagt bij aan de nutriƫntenvoorziening en maakt besparing op krachtvoer mogelijk.
Individuele zeugen blijken echter heel verschillend het hun aangeboden ruwvoer op te nemen. De opname en benutting van ruwvoer bij zeugen is groter dan bij vleesvarkens. Aan het einde van de dracht wordt die opname en benutting echter lager door de ruimte die de biggen dan innemen. De onderzoekers hebben een beknopte literatuurstudie gedaan naar factoren die de spreiding in ruwvoeropname bij zeugen veroorzaken en vijf biologische varkensbedrijven bezocht om na te gaan hoe deze omgaan met het verstrekken van ruwvoer aan zeugen.

Bedrijfsbezoeken

Bij de bedrijfsbezoeken bleek dat de spreiding in ruwvoeropname tussen zeugen bij de varkenshouders niet bekend is, maar ze zien dit wel terug in een te magere of te vette conditie van een deel van de zeugen. Soms werkt dit door in een effect op geboortegewicht en groei van de biggen.
Bij bedrijven die ruwvoer bovenop een normaal krachtvoerrantsoen geven, is een deel van de zeugen te vet. Bij bedrijven die een deel van het krachtvoer door ruwvoer vervangen, is er vaker een probleem met (te) magere zeugen.

Bijsturen

Bijsturen met de krachtvoergift is op de meeste bedrijven de enige mogelijkheid om een ongewenst effect op de conditie van de zeugen te voorkomen. Wanneer bijsturen niet mogelijk is, lijkt het niet verstandig krachtvoer te vervangen, maar slechts een beperkte hoeveelheid ruwvoer als extra te verstrekken. Als de zeugen wel naar individuele conditie gevoerd kunnen worden, kan een deel van het krachtvoer door ruwvoer vervangen worden, waarbij alle zeugen voldoende krachtvoer en ruwvoer moeten kunnen eten. Meer dan 0,5 kg krachtvoer vervangen door het verstrekken van ruwvoer geeft een risico op minder goede productieresultaten.

Voerboxen

Ruwvoer verstrekken aan individuele zeugen in voerboxen biedt meer inzicht en mogelijkheden tot sturing van de individuele ruwvoeropname van zeugen. In dit systeem kan wellicht bij (een deel van) de dragende zeugen meer krachtvoer door ruwvoer vervangen worden.
Een ander systeem is het verstrekken van een ruwvoerrantsoen van kuilgras gemengd met mais, CCM of graan aan een lange trog. Dit biedt de mogelijkheid een hoogwaardig ruwvoermengsel aan de zeugen te verstrekken, waarbij alle dieren tegelijkertijd kunnen eten. Bij een beperkt aanbod van ruwvoer of een beperkt aantal eetplaatsen heeft de rangorde tussen zeugen een grote invloed en krijgen ranglage zeugen minder kans ruwvoer op te nemen. Door het verstrekken van een beperkte hoeveelheid krachtvoer als basis en deze aan te vullen bij dieren met een te geringe conditie kan verder worden bijgestuurd. Hoewel nog maar korte tijd ervaring is opgedaan met dit systeem aan een lange trog lijkt dit perspectiefvol voor grotere varkensbedrijven die wat betreft omvang en inrichting hiervoor geschikt zijn.

Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen UR Livestock Research in opdracht van het voormalig ministerie van EL&I en begeleid vanuit de Productwerkgroep Vleesvarkens en Bioconnect.

Contact informatie:Piet van Wikselaar, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads