Nieuws

Rassenproef biologische zomertarwe 2014: ondanks gele roest bakwaardig

Gepubliceerd op
19 februari 2015

De voorbije jaren is er een uitdrukkelijke vraag naar Vlaamse biologische baktarwe. Hierdoor komt de teelt van biologische zomertarwe opnieuw in de belangstelling. Door een juiste rassenkeuze kan een goede kwaliteit geoogst worden. Inagro deed een vergelijkende rassenproef

Rassenproef biologische zomertarwe 2014:
In 2014 was de vroege aantasting door gele roest de meest beperkende factor. Enkele rassen gingen volledig onderuit. Bij enkele rassen stabiliseerde deze aantasting zich bij het laatste blad. Ook aarfusarium stak naar het einde van het teeltseizoen de kop op. De gemiddelde opbrengst bleef beperkt tot 5,5 ton/ha. Het eiwitgehalte voldeed doorgaans aan de norm (gemiddeld 10,8%).

De rassen AF02, Lennox, Sensas en Septima combineren een gezond gewas met een goede opbrengstpotentieel (6 à 6,5 ton / ha) en een goede bakkwaliteit.
In tweede orde volgen Astrid, Calimero, Dino, Epos, Lavett en LD BTP 7 die zich na een vroege aantasting door gele roest alsnog behoorlijk konden herstellen en zodoende ook nog een redelijke opbrengst (5,5 à 6 ton) en kwaliteit realiseren.

Nobless haalt de hoogste opbrengst (6,6 ton / ha), maar heeft een te laag eiwitgehalte. Ook Tybalt en Sonett zijn redelijk productief (6 ton / ha) maar onvoldoende kwalitatief als baktarwe.
Bombona, Cornetto, Olivart, Specifik en Triso zijn te ziektegevoelig, onvoldoende kwalitatief of onvoldoende productief.

Als bakwaarde geen belang heeft, kan ook zomertriticale overwogen worden. Jokari is een forse en zeer gezonde triticale met redelijk opbrengstpotentieel. Bienvenu was beperkter in opbrengst. Noé bleek erg ziektegevoelig.

Bron: CCBT

Publicatie

Rassenproef biologische zomertarwe 2014: ondanks gele roest bakwaardig

Contact

Karel Dewaele, Inagro, karel.dewaele@inagro.be of Lieven Delanote, Inagro, lieven.delanote@inagro.be