Nieuws

Ploegloos boeren, een uitdaging met gewenst resultaat

Gepubliceerd op
2 februari 2015

Niet meer ploegen, durf ik het aan? Dit was de titel van de workshop op 22 januari op de Bio-beurs in Zwolle. De ondernemers Jan Willem Bakker en Mart Verbrugge vertelden uitgebreid waarom zij hebben gekozen voor Niet-Kerende Grondbewerking (NKG). Zij werden geïnterviewd door Sander Bernaerts van Naturim over alle facetten rondom hun ploegloze bedrijfsvoering.

Niet Kerende Grondbewerking; ervaringen uit de praktijk

Meer dan vijftig deelnemers namen deel aan de workshop, die werd georganiseerd vanuit het programma ‘’Beter Bodembeheer’’ door Wageningen UR. Niet meer ploegen is een opkomende fenomeen in Nederland. Een toenemend aantal akkerbouwers en groentetelers, zowel gangbaar als biologisch, proberen zo min mogelijk bodembewerkingen toe te passen en hun grond zo veel mogelijk bedekt te houden. Hierdoor veranderd de bodem in veel gevallen op een positieve manier.

Niet ploegen zorgt voor meer bodemleven

Jan Willem Bakker uit Munnekezijl van Bakkerbio vertelt enthousiast over zijn ervaringen met NKG. Hij heeft samen met zijn vader een bedrijf met vollegronds groenteteelt en vleesvee. Het bedrijf bestaat uit 80 hectare Waddenzee klei. Sinds 15 jaar hebben ze een biologische bedrijfsvoering. In 2004 is hij gestopt met ploegen. ‘’Daarna hebben we nog wel een aantal jaren gespit, maar hier zijn we in 2011 ook mee gestopt. Het niet-keren van de grond betekend op ons bedrijf dat het bodemleven meer en meer de overhand krijgt. We zien een betere beworteling, meer volume, meer wormen, geen blauwe grond en minder problemen’’, somt de jonge ondernemer op.

Bodemstructuur sterk verbeterd

Naast Jan Willem vertelde ook Mart Verbrugge uit Hengstdijk in Zeeuws Vlaanderen over zijn bedrijf en zijn keuze hiervoor. Hij is sinds 2003 biologisch. Hij boert samen met zijn zoon Duco op een akkerbouwbedrijf met een omvang van 40 hectare kleigrond (25-40 procent slib). ‘’Schoorvoetend ben ik gestart met het niet meer ploegen van mijn percelen’’, merkt Verbrugge als eerste op. ‘’In ons geval was het vaak lastig te ploegen in het najaar, dan ga je op zoek naar alternatieven. Als akkerbouwer ben je gewend aan het proces van ploegen’’, gaat hij verder. In de omgeving zie je dan de keurig geploegde percelen. Er moest eerst echt een knop om rond 1 november ’’, merkt hij op. Al snel zag hij op het bedrijf de voordelen. Er was beduidend meer bodemleven, minder wateroverlast en de bodemstructuur was verbeterd.

Teeltbedden een vast spoor op 3.20 meter

Beide ondernemers zijn in de loop van de jaren ook overgeschakeld op beddenteelt en maken gebruik van een vast spoor op 3,20 meter. Dit betekent dat er geen trekker rijdt op de plaats waar het gewas groeit. Als ondernemer heb je dan te maken met een egaal teeltbed, zonder sporen. Helaas lukt het nog niet om alle gewassen te oogsten op 3,20 meter, is de ervaring van beide ondernemers. Jan Willem Bakker is wel zeer te spreken over de opbrengsten van de percelen. ‘’De sortering van producten is beter. Wij oogsten nu in minder oogstbeurten. Dat scheelt weer in de kosten’’, legt Bakker uit. Mart Verbrugge heeft niet het idee dat hij meer product oogst dan voorheen. ‘’We merken wel dat het allemaal wat makkelijker gaat in de loop van de jaren’’, merkt hij op.

Groenbemesting en onkruidbestrijding

De percelen op het bedrijf van Verbrugge werden altijd ingezaaid met een groenbemester, die meestal in het voorjaar werden ondergewerkt. ‘’We zaaien de laatste tijd niet altijd meer een groenbemester. De reden hiervoor is dat we onkruid zoveel mogelijk proberen op te ruimen. We gaan met vorst bijvoorbeeld nog een keer met de cultirol het perceel door’’, zegt Verbrugge. Jan Willem Bakker past wel altijd groenbemesters toe. Naast vaste mest van het vleesvee op zijn bedrijf en tussengewassen probeert hij de bodem optimaal in conditie te houden.

Meer informatie

Contact

Derk van Balen, Wageningen UR, Derk.vanbalen@wur.nl