Nieuws

Organische bemesting en MAP4 in de fruitteelt - Deel 1: Conference

Gepubliceerd op
18 maart 2014

Binnen MAP4 komen zowel de stikstofbemesting als de fosforbemesting meer onder druk te staan. Wat de biologische fruitteelt betreft zijn er 2 belangrijke knelpunten nl. de kennis van de stikstofreserve (o.a. reststikstof in het najaar) en de beperking van de fosforbemesting tegen 2018, waarbij men streeft naar een maximale bemesting van 55 E P2O5.

Op dit ogenblik is er onvoldoende kennis van de stikstofreserve (reststikstof in het najaar) in de bodem. Als gevolg van het hogere humusgehalte in de biologische fruitteelt kan men verwachten dat er in het najaar door mineralisatie meer stikstof vrij komt in vergelijking met de geïntegreerde fruitteelt. Het is belangrijk om hierin meer inzicht te krijgen om de kans op boetes en beperkingen vanuit de Vlaamse Overheid te verkleinen. Zeker omdat de stikstof die hier vrij gezet wordt uit organisch materiaal komt en niet het gevolg is van een overbemesting met kunstmeststoffen.

Het tweede thema is de reductie van de fosforbemesting tegen 2018, waarbij men streeft naar een maximale bemesting van 55 E P2O5. Omdat men in de biologische fruitteelt vaker gebruik maakt van organische mest, zoals kippenmest of stalmest, komt men al snel aan een te hoge fosforbemesting. Indien men zich aan de fosfornormen houdt, geeft men onvoldoende stikstof. In tegenstelling tot de geïntegreerde fruitteelt heeft men in de biologische fruitteelt niet de mogelijkheid om gericht bij te bemesten met kunstmeststoffen.

Om de invloed na te gaan van een standaardbemesting met kippenmest al of niet aangevuld met een organische stikstofmeststof op de productie, de maatsortering en de vruchtkwaliteit van Conference werd in het voorjaar 2012 een proef aangelegd bij een bioteler in Assent (Reinroods Bio-fruit) op oudere Conference.

Bron: CCBT

Publicatie

Lees HIER het verslag.

Contact