Nieuws

Op zoek naar nieuwe weerbare productiesystemen

Gepubliceerd op
10 februari 2016

Onderzoek en sector zijn op zoek naar nieuwe productiesystemen. Naar een landbouwsysteem met sterke gewassen dat minder last heeft van ziekten, plagen en weersomstandigheden. Meer gewasdiversiteit per perceel lijkt een oplossing. Maar hoe is dit principe in te passen binnen de huidige bedrijfsvoering? Deze vraag stond centraal tijdens een workshop op de Bio-beurs in Zwolle.

Op zoek naar nieuwe weerbare productiesystemen

Zo’n  50 deelnemers namen deel aan de workshop: Gewasdiversiteit op het bedrijf, monocultuur of gemengde teelt? Wijnand Sukkel van Wageningen UR gaf de aftrap, waarin hij kort vertelde over het ontstaan van de huidige monocultuur. ‘’De markt vraagt om uniforme producten met een lage kostprijs. Hierdoor zijn de machines en de percelen afgelopen decennia steeds groter geworden, met alle gevolgen van dien’’, legt Sukkel uit. Hij heeft onderzoekservaringen in de biologische landbouw opgedaan met het toepassen van weerbare sterke gewassen, mengteelten, gewasdiversiteit en kleinere afwijkende perceelvormen. Dit levert in de praktijk betere vitalere gewassen op, meer natuurlijk vijanden die plagen en ziekten kunnen bestrijden, meer biodiversiteit en zorgt er bovendien voor dat  efficiënter met meststoffen omgegaan wordt. Natuurlijk kleven er ook nadelen aan, zoals minder efficiënt werken en oogsten’’, voegt de onderzoeker er aan toe.

Experimenten met biodiversiteit

Vanuit de leerstoelgroep Farming Systems Ecology van Wageningen University vertelt Dirk van Apeldoorn over zijn ervaring met ‘biodiversiteit in tijd en ruimte’. In een experimentele proefopzet onderzoekt hij de gevolgen van diversiteit in genen, tijd en ruimte.

De proef is gelegen aan de Mansholtlaan in Wageningen voor een periode van zes jaar. De teelt vindt plaats op naast elkaar liggende stroken van drie meter breed. Voordat  diversiteit geïntroduceerd werd is gekeken naar de reeds bestaande diversiteit. Hieruit bleek bijvoorbeeld dat het perceel beschikt over  variatie in organische stof van 3,2 tot 5,2 procent. De genetische variatie bestaat uit 5 gewassen die qua oppervlakte het EU-dieet representeren namelijk 2 jaar gras-klaver, koolzaad, tarwe, mais en aardappelen.  In de proef  worden mono-cultures in stroken vergeleken met gewasmengsels in stroken.

Hogere diversiteit goed voor natuurlijke vijanden

Uit de eerste bevindingen blijkt dat een hogere diversiteit zorgt voor betere natuurlijke gewasbescherming. ‘’In de strokenteelt en in strokenteelt gemengd is een veel  grotere variëteit in insecten en spinnen waargenomen dan in de grote percelen waar een  monoteelt plaatsvond. Dit zijn rovers en kunnen in principe een begin van een plaag onderdrukken’’, licht Van Apeldoorn toe. ‘’Alhoewel er weinig verschil is in opbrengst zorgt de hogere diversiteit voor een nieuwe dynamiek van natuurlijke vijanden’’, verklaart de onderzoeker op basis van zijn eerste resultaten. De geringe verschillen in gewasopbrengsten tussen monoteelt en gemengde teelten zouden het gevolg kunnen zijn van verschillende combinaties, die niet juist op elkaar zijn afgestemd. “In de komende experimenten gaan op we zoek naar slimme gewascombinaties in de ruimte en vruchtwisseling”, merkt Van Apeldoorn op.

Inpasbaarheid op huidig bedrijf

Het ontwikkelen van dit nieuwe productiesysteem met diversiteit en strokenteelt vraagt om vakmanschap. Volgens Van Apeldoorn zijn er slimme boeren/telers nodig op het gebied van gewascombinaties, afzet van de gemengde teelt  en mechanisatie. Dit laatste wordt mogelijk met nieuwe technologieën.

Meer informatie

Contact