Nieuws

Op naar nog beter dierenwelzijn biologische geiten en schapen

Gepubliceerd op
23 juni 2010

Wageningen UR Livestock Research geeft een actueel en bruikbaar overzicht van de welzijnsprestaties van de biologische veehouderijsectoren en welke ontwikkelingen op dat gebied gaande zijn. Het overzicht is gemaakt in opdracht van Bioconnect. Aan de hand van verbeteragenda’s, eerder afgestemd met vertegenwoordigers vanuit de sectoren, geven de onderzoekers aan waar en hoe nog welzijnswinst te behalen is.

Een aantal verbeterpunten speelt bij meerdere sectoren, zoals het kunnen omgaan met 100% biologisch voer, optimaliseren ruwvoergift, verbeteren weerstand tegen infecties, verlagen infectiedruk, optimaliseren uitlopen/weides en aanbod van daglicht. Andere verbeterpunten zijn juist sectorspecifiek. Voor de melkschapen- en geitenhouderij is het belangrijk te kijken naar mogelijkheden om lammeren bij de moeder te houden. Ook is het van belang alternatieven te vinden voor de export van levende geitenbokjes.

Biologische schapenhouderij

Voor het biologisch houden van schapen worden extra eisen gesteld aan huisvesting en voeding. Wat huisvesting betreft vertaalt zich dit in de praktijk niet in noemenswaardige verschillen. Zo krijgen zowel gangbaar als biologisch gehouden schapen doorgaans ruimschoots weidegang. Wat voeding betreft moet in de biologische sector het aandeel ruwvoer minimaal 60% zijn. Hier werkt de biologische melkschapensector nog aan. De uitdaging zit hem er nu vooral in om de (eiwit)kwaliteit van ruwvoer te verbeteren zodat de krachtvoergiften verder omlaag kunnen.

Verbeterpunten

Voor zowel de biologische als gangbare schapensector is welzijnswinst te behalen bij:

  • alternatieven zoeken voor kunstmatige opfok en vroeg spenen van lammeren van melkschapen;
  • verbeteren preventie en gecontroleerde weerstandsopbouw om problemen met maagdarmwormen en leverbot te verminderen;
  • terugdringen van rotkreupel;
  • verminderen lammersterfte;
  • oplossing zoeken voor overtollige ramlammeren uit de melkschapenhouderij, om ongerief bij de dieren en imagoverlies te voorkomen;
  • zorgen voor beschutting en bescherming tegen hitte, wind en regen;
  • zorgen voor een goede klimaatbeheersing in stallen.

Biologische geitenhouderij

Voor het biologisch houden van geiten worden extra eisen gesteld aan de huisvesting en voeding. De welzijnseisen in de gangbare houderij beperken zich tot staloppervlakte en de dieren worden voornamelijk binnen gehouden. Op biologische bedrijven is weidegang verplicht. Geiten eten het liefst van bomen en struiken. Dit kan een uitgangspunt zijn voor de inrichting van percelen voor weidegang. Het aanbieden van klim- en schuurmogelijkheden is een pré. De ruimte en afleiding ontstaat met weidegang. In combinatie met meer ruimte op stal, komt dat de groepsrust en het comfort ten goede. Nadeel van weidegang is echter een verhoogd risico op infectie met maagdarmwormen. Met gerichte beweidingschema’s is preventief veel te bereiken, door de levenscyclus van maagdarmwormen te doorbreken. Onthoornen, ten slotte, is nadelig voor dierenwelzijn en past zeker niet bij de biologische principes. Inzet is dat meer biologische bedrijven onthoornen achterwege laten.

Verbeterpunten

Voor zowel de biologische als gangbare geitensector is welzijnswinst te behalen bij:

  • verder ontwikkelen en praktijkrijp maken van het concept ‘lammeren bij de geit’;
  • alternatieven zoeken voor export van levende geitenbokjes;
  • zorgen voor voldoende beschutting en bescherming tegen hitte.


  • Contact informatie: Marko Ruis, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads

Links