Nieuws

Onderzoek naar ruitzaai bij maïs

Gepubliceerd op
23 september 2016

Het is erg belangrijk om de mineralen uit dierlijke mest maximaal te benutten bij de teelt van snijmais. Drijfmestinjectie in de rij is een goede methode om de N-benutting van de mest te verbeteren, maar daarentegen vergroot deze methode de kans op structuurschade. Binnen de nieuwe publiek private samenwerking ‘Ruwvoerproductie en bodemmanagement’ wordt onderzocht of ruitzaaimethode ook een methode is om de stikstof beter te benutten.

Onderzoek naar betere stikstofbenutting bij ruitteelt mais

anuit economisch en milieutechnisch perspectief is het steeds belangrijker voor de praktijk om de mineralen uit mest maximaal te benutten. Vanuit het mestbeleid wordt de toegestane ruimte voor bemesting met dierlijke mest steeds meer beperkt. Voor de praktijk betekent dit dat er constant gezocht wordt naar teeltmethoden die de benutting van mest verbeteren. Eén van de methoden is het toepassen van drijfmestinjectie in de rij. Onderzoek heeft aangetoond dat deze methode de benutting van mineralen uit drijfmest verbetert.

Maisplanten regelmatiger verdelen

Bij drijfmestinjectie in de rij wordt de mest dichter bij de planten(rij) gebracht. Vanuit de praktijk komt echter regelmatig de vraag of in plaats van ”de mest naar de plant toe te brengen” met drijfmestrijenbemesting, ”de plant naar de mest kan worden gebracht” door de maïs regelmatiger te verdelen dan bij een rijafstand van 75 cm. Het voordeel hiervan is dat de mest voor de hoofdbewerking op het perceel gebracht kan worden. Op het zaaibed hoeven dan geen zware bemestingsmachines ingezet te worden, waardoor de kans op schade aan de structuur van de bodem neemt af.

Ruitzaai maïs
Ruitzaai maïs

In de praktijk zijn machines beschikbaar die de planten optimaal verdelen op een perceel. Ze zaaien de rijen op een afstand van 37,5 cm en verdelen de zaden daarnaast in de rij zodanig dat de planten in een ruitverband komen te staan. De planten hebben daardoor in alle richtingen praktisch evenveel ruimte. De verwachting is dat de wortels van de planten ook regelmatiger verdeeld zijn waardoor ze de mineralen beter onderscheppen, waardoor er minder verliezen optreden.

Proef met ruitzaai

Binnen de publiek private samenwerking 'Ruwvoer en bodemmanagement' waarin Wageningen University & Research samenwerkt met bedrijfsleven is daarom op proefbedrijf Vredepeel een proef aangelegd waarin ruitzaai wordt vergeleken met de standaard teeltmethode van en met drijfmestinjectie in de rij. De drie teeltmethoden worden vergeleken bij twee rastypen (open en dicht), twee plantdichtheden (80.000 en 110.000 planten per hectare) en twee stikstofbemestingsniveaus (155 en 100 kilogram werkzame N per hectare). Naast ds- en N-opbrengst wordt ook gekeken naar de wortelontwikkeling.

Binnenkort worden de eerste resultaten verwacht.

Meer informatie

PPS Ruwvoer en bodem

Contact

Herman van Schooten, Wageningen University & Research, herman.vanschooten@wur.nl