Nieuws

Onderzoek naar regionaal biologisch voer voor varkens en pluimvee

Gepubliceerd op
28 mei 2015

Een uitdaging in het verbeteren van de duurzaamheid van de biologische kippen- en varkensproductie is het gebruik van regionaal geproduceerd biologisch voer. De Europese wetgeving hierover wordt aangescherpt en op termijn zullen producenten verplicht worden om over te schakelen naar 100 procent biologisch voer. Elf Europese partners onderzochten daarom samen de mogelijkheden van alternatieve voederstrategieën voor varkens en pluimvee binnen het Core Organic-project ICOPP.

Onderzoek naar lokaal biologisch voer voor varkens en pluimvee

Het eerste onderdeel vanuit project bestond uit in het inzichtelijk maken van de beschikbaarheid van biologische voergrondstoffen tegenover de voederbehoefte van varkens en pluimvee. Gemiddeld genomen over de landen die deelnamen bleek er een zelfvoorziening voor krachtvoer te zijn van 69 procent. Een groot deel van dit krachtvoer wordt echter gevoerd aan herkauwers. Voor ruw eiwit bedroeg het percentage zelfvoorziening 56 procent en de tekorten aan essentiƫle aminozuren bleken nog groter. Het leek dus redelijk onrealistisch dat de landen, die deelnamen aan het project, hun biologische eiwitbehoefte op korte termijn volledig kunnen invullen met regionale productie.

Onderzoek naar voederwaarde en verteerbaarheid

De andere projectonderdelen onderzochten verschillende biologische grondstoffen op hun voederwaarde en verteerbaarheid voor kippen en varkens. Zo werden voor varkens proeven gedaan met onder andere esparcette, erwten, bonen  en mosselmeel. Voor pluimvee werden proeven opgezet met onder meer algen, zonnebloempitten, insecten, mosselmeel en geplette mosselschelpen. Wat ruwvoeder betreft bleek vroeg geoogste luzerne een hoog gehalte aan methionine te bevatten. Dit kan van belang kan zijn bij de aanvoer van aminozuren bij pluimvee.

Vrije uitloop vult nutritionele behoefte aan

Ook de toegang tot de vrije uitloop kan mogelijkheden bieden om delen van de nutritionele behoefte in te vullen. Er is echter weinig bekend over de aanwezige biomassa in de uitloop, in het bijzonder over de aanwezige bodemorganismen. Zo bleken regenwormen bijvoorbeeld bij te kunnen dragen aan de nutritionele behoeften van pluimvee. Het is echter de vraag in hoeverre dat in de praktijk mogelijk is, indien er sprake is van een vaste stal met bijvoorbeeld 15.000 dieren, hetgeen niet ongebruikelijk is in Nederland. In een dergelijke situatie blijven grote delen van de uitloop, nl die verder weg liggen van de stal, onbenut door de dieren. De delen die wel benut worden, dichter bij de stal, worden zo intensief benut, dat ze kaal worden en verslempen, waardoor de kippen er niet veel te eten uit kunnen halen. Voor varkens kan luzerne in de uitloop bijdragen aan de energie- en eiwitbehoefte.

Publicaties

Technische fiches (in Engels)

Meer info en alle resultaten van het project staan op: http://www.organicresearchcentre.com/icopp/?page=results 

In 2011 verscheen al een Nederlandstalig rapport over de verteerbaarheid van biologisch geteelde veevoedergrondstoffen bij leghennen: Verteerbaarheid van biologisch geteelde veevoeder gewassen bij leghennen

Bron: http://www.organicresearchcentre.com/icopp/

Vertaling en redactie: CCBT

Meer informatie

Contact