Nieuws

Nieuwe, snelle en goedkopere testen voor bepaling bodemweerbaarheid in de kas

Gepubliceerd op
18 december 2014

Om meer grip te krijgen op de weerbaarheid van kasgronden, zijn er nieuwe, snelle en goedkopere meetmethoden ontwikkeld en zijn er nieuwe indicatoren vastgesteld. Wageningen UR voerde dit onderzoek uit, samen met het bedrijfsleven en financiering vanuit het ministerie van EZ. De laatste praktijkonderzoeken bij vier chrysantentelers samen met Koppert BV en DLV Plant vinden nu plaats. Hierin worden de nieuwe methoden ingezet.

De snelle toets is ontwikkeld om de weerbaarheid tegen Pythium te kunnen meten. De toets duurt hoogstens een week op basis van een paar gram grond en heeft geen kas nodig. De test vindt plaats op basis van de fractie van zaden, dat kiemt.

Daarnaast zijn een aantal indicatoren vastgesteld die snel en goedkoop ingezet kunnen worden om de weerbaarheid van de grond te kunnen volgen en voorspellen. Voorbeelden hiervan zijn het porievolume, de concentraties biologisch beschikbare calcium en bacteriële activiteit.

Porievolume

De structuur van de grond, en vooral het porievolume, van de grond is belangrijk. In het algemeen geldt dat zanderige gronden, met klein porievolume en hoge bulk dichtheid, veel gevoeliger zijn voor wortelknobbelaaltjes en Pythium dan gronden met een open structuur. Er ligt een hoeveelheid aan factoren achter.

Calcium

Calcium speelt een factor in het verstevigen van celwand van planten, en verhoogt daarmee de fysieke verdediging tegen pathogenen. Ook speelt calcium een rol in de afweerreactie van de plant. Dat maakt de verhouding tussen K:Ca:N van belang, en daarmee het bemestingsregime. Calcium kwam in het onderzoek steeds weer naar boven als een belangrijke indicator. Door toevoegen van calcium in proeven werd ook schade door Pythium in chrysant verminderd.

NaCl

Natrium en chloride zijn ook indicatief voor weerbaarheid. Natrium bepaalt voor een belangrijk deel welke soort Pythium voorkomt in de grond. Een verhoogd gehalte aan natrium kan ook samenhangen met de gebruikte compost. Wat natrium en chloride precies doen is niet bekend, als ze voldoen om de mate van weerbaarheid in te schatten. Omdat vooral siergewassen erg gevoelig zijn voor natriumchloride, maakt het gebruik niet geliefd in de kasteelt.

Activiteit van microleven

Het mechanisme achter de relatie tussen het microleven in de bodem en ziektewering van Pythium en wortelknobbelaaltjes is niet bekend. Wel heeft een verhoogde microbiële activiteit een positief effect. De activiteit kan gemeten worden als vrijkomend koolstofdioxide uit de bodem. Een snellere methode is om biologisch beschikbaar koolstof te meten en is daarom een goede indicator.

Meer informatie

Contact

dr. AWG (Andre) van der Wurff, Wageningen UR, andre.vanderwulff@wur.nl