Nieuws

Nieuwe selectiestrategie voor stikstofefficiënte aardappelrassen

Gepubliceerd op
6 februari 2013

Een geschikte strategie voor selectie op een biologisch aardappelras dat met minder stikstof toe kan. Dat is de belangrijkste uitkomst van een onderzoek naar gewaseigenschappen die gekoppeld zijn aan stikstofefficiëntie en waarop een aardappelveredelaar effectief kan selecteren.

Zowel in de biologische als gangbare aardappelteelt is er behoefte aan rassen die minder stikstof nodig hebben voor hun groei. Beide teeltwijzen streven naar het terugbrengen van de stikstofgift om verspilling en uitspoeling te voorkomen. Bovendien is in het biologische teeltsysteem de hoeveelheid beschikbare stikstof vaak een beperkende factor.

Stikstofefficiënte rassen

Voor het vinden van een geschikte selectiestrategie heeft het Louis Bolk Instituut gekeken naar gewaseigenschappen die gerelateerd zijn aan stikstofefficiëntie bij een laag stikstofniveau. In de jaren 2008 tot en met 2011 zijn hiertoe op twee locaties per jaar rassenproeven uitgevoerd waarin verschillende stikstofniveaus waren opgenomen. Het onderzoeksteam identificeerde binnen een groep van 18 commercieel beschikbare aardappelrassen de meest stikstofefficiënte rassen en analyseerde welke gewaseigenschappen daarbij een rol spelen. Stikstofefficiëntie werd daarbij gedefinieerd als het vermogen van een ras om bij een lage stikstofbeschikbaarheid, 100 -150 kg/ha in een periode van half april tot de tweede helft van juli, een rendabele opbrengst te geven. Het onderzoek is dan ook binnen deze randvoorwaarden uitgevoerd.

Selectiestrategie

Uit de proeven kwam een strategie naar voren voor de ontwikkeling van een rendabel biologisch aardappelras dat met minder stikstof toe kan. Dit ideale biologische aardappelras zou resistent moeten zijn tegen aardappelziekte, goed onkruid kunnen onderdrukken, en in staat moeten zijn om in 90 tot 95 dagen vanaf het planten bij een stikstofbeschikbaarheid van 100 tot 150 kg/ha minimaal 30 ton/ha te produceren met voldoende onderwatergewicht. Voor een goede strategie beveelt het onderzoek dan ook het selecteren aan op: loofresistentie tegen Phytophthora infestans, vroege knolzetting, middenvroege rassen met een hoge maximale bodembedekking, een lange periode van maximale bodembedekking, 10 tot 15 knollen per plant, een opbrengst van minimaal 30 ton/ha en een onderwatergewicht van minimaal 340. Dit op meerdere locaties en over meerdere jaren.

Het project is uitgevoerd op verzoek van de Nederlandse aardappelkweekbedrijven en in het kader van het Bioconnect programma Biologisch Uitgangsmateriaal en Veredeling.

Downloads

Meer downloads

Links