Nieuws

Mix van bestuivers goed voor blauwe bessenteelt

Gepubliceerd op
31 augustus 2016

De teelt van blauwe bessen is de laatste jaren sterk gegroeid. De opbrengst van blauwe bessenteelt is sterk afhankelijk van een goede bestuiving. Wanneer telers grotere aantallen en verschillende soorten bestuivers aanhouden op het bedrijf, kan de opbrengst flink stijgen. De diversiteit – dus niet alleen honingbijen en hommels, maar ook wilde bijen zoals de metselbij - is daarbij belangrijk. Dat is de conclusie uit een onderzoek van het Louis Bolk Instituut bij Limburgse bessentelers

Mix van bestuivers nodig bij teelt van blauwe bes

Betere vruchtzetting en hoger vruchtgewicht

De opbrengst van blauwe bes is sterk afhankelijk van bestuiving. In het blauwe bessenras Liberty verliest een teler zo’n 80% van de opbrengst als er geen bestuivers op zijn bedrijf aanwezig zijn. Het Louis Bolk Instituut heeft het onderzoek uitgevoerd op vijf locaties in Limburg, waarbij de effecten van het inzetten van verschillende bestuivers vergeleken zijn. Ook is gekeken naar verschillen tussen natuurlijke bestuiving en optimale bestuiving met de hand. Bedrijven missen tot 30% opbrengst (zo’n 4 tot 5 ton per ha) door suboptimale bestuiving. “Een brede mix van bestuivers, waaronder wilde bijen, is dus belangrijk”, licht onderzoeker Willemijn Cuijpers toe. 

Iedere bestuiver zijn eigen rol

Iedere soort bestuiver heeft een eigen rol en functie. Honingbijen zorgen door hun massaliteit voor een goede  vruchtzetting. Metselbijen zorgen voor een hoog vruchtgewicht. Ze bezoeken blauwe bessen vanwege de nectar. Voor het voeden van hun larven verzamelen ze stuifmeel van andere planten. Rosse metselbijen gebruiken vooral eiken, terwijl Gehoornde metselbijen kers, appel en peer gebruiken. Een interessante wilde bestuiver is de bosbesbij, die gespecialiseerd is in bosbes en blauwe bes. Alle verschillende functies van deze bestuivers zijn belangrijk voor de uiteindelijke opbrengst. 

Stimuleer wilde bijen voor een optimale bestuiving

Op de blauwe bessenbedrijven zijn in het algemeen erg weinig wilde bijen en hommels aanwezig. Het stimuleren van wilde bijen is een lange termijninvestering. “Geef drachtplanten zoals esdoorn en wilg de ruimte, en creëer nestgelegenheid bij de randen van het perceel”, zegt Cuijpers. “Wilde bijen hebben namelijk een klein fourageergebied, dus nestgelegenheid in de buurt van het gewas is cruciaal. Denk ook aan het inzetten  van metselbijen: die dragen bij aan de opbrengst. En ga spaarzaam om met gewasbeschermingsmiddelen: ze zijn funest voor bestuivers, en dat heeft een negatief effect op de opbrengst.”

De populariteit van blauwe bes is groot. Veel consumenten hebben de lekkere bes ontdekt als ‘superfood’. De teelt is hard gegroeid en het areaal in Nederland bedraagt

Bron: Louis Bolk Instituut

Publicatie

Contact

Willemijn Cuijpers, Louis Bolk Instituut, w.cuijpers@louisbolk.nl