Nieuws

Meeste triticalerassen houden goed stand in rassenproef

Gepubliceerd op
3 oktober 2016

De afdelingen biologische productie en akkerbouw van het Vlaamse Inagro leggen jaarlijks een rassenproef biologische triticale aan. Het groeiseizoen in 2016 was vooral koud en te nat. Desondanks hielden de meeste triticalerassen goed stand.

Meeste triticalerassen houden goed in rassenproef

Triticale is naast maïs en tarwe een belangrijk graangewas in de Vlaamse biologische landbouw. In vergelijking met wintertarwe is triticale minder ziektegevoelig en is de onkruidonderdrukking beter. Triticale wordt ook vaak geteeld in combinatie met voedererwten en/of winterveldbonen. Naast de korreloogst kan ook op een vroeger tijdstip de volledige plant gehakseld en ingekuild worden, de zogenaamde ‘gehele plant silage’ (GPS).

2016 slecht groeiklimaat voor triticale

De zeer natte en soms koude groeiomstandigheden in de eerste helft van 2016 zorgden voor een algemeen slecht groeiklimaat voor de graanteelt. Aantasting door gele roest of bladvlekkenziekte bleef bij de triticale in proef evenwel binnen de perken.

Ras Vuka doet het goed

Vuka bevestigt opnieuw als een sterke, gezonde groeier. Qua opbrengst doen enkel Bikini en Jokari het nog beter met meer dan 9 ton per hectare.Deze nieuwe rassen zijn sterk tegen ziekten en lijken beloftevol voor de biologische teelt. Borodine, Kereon, Cedrico en Tulus behaalden tussen 7 en 8 ton per hectare. Anagram, Exagon, Grandval en Tricanto waren min of meer ziektegevoelig en haalden geen 7 ton per hectare. 

Publicatie

Bron: CCBT

Contact

Karel Dewaele, Inagro, karel.dewaele@inagro.be