Nieuws

Later maaien van slootranden goed voor weidevogelbeheer

Gepubliceerd op
26 september 2016

Het aantal weidevogels in Nederland staat onder druk. Vooral kuikens overleven moeilijk. Door slootranden later te maaien ontstaat er een beter habitat, wat de weidevogelstand bevordert. Deze maatregel is een effectieve aanvulling op het huidige weidevogelbeheer, zoals kruidenrijk grasland. Dit blijkt uit een inventarisatie van diverse graslanden in Midden-Delfland door het Louis Bolk Instituut.

Later maaien van slootrandne goed voor weidevogelbeheer

Foto: Anne Jansma

Er blijkt nauwelijks een relatie te bestaan tussen kruidenrijkdom van het weiland en voedselbeschikbaarheid: de onderzoekers constateerden namelijk geen duidelijk verschil in aantallen insecten tussen kruidenrijke percelen met een open structuur en meer intensief gebruikte percelen met  een gesloten structuur. Alleen spinnen kwamen in hogere aantallen in “open” grasland voor. Het belangrijkste aspect van kruidenrijk grasland lijkt daarom de toegankelijkheid voor weidevogelkuikens te zijn. Weidevogelkuikens kunnen zich eenvoudiger voortbewegen en makkelijker foerageren in grasland met een open vegetatiestructuur.  

Open landschapsstructuur cruciaal

Slootranden hadden over het algemeen een open structuur, en zijn daardoor goed toegankelijk voor weidevogelkuikens. Daarnaast kwamen er meer grotere vliegende insecten en snuitkevers (belangrijk voedsel voor de kuikens van grutto en tureluur) voor in de slootrand dan in het midden van een perceel. Loop- en korstschildkevers, belangrijk voedsel voor kievit-kuikens, kwamen echter meer voor in het midden van percelen. 

Aangepast beheer van slootranden

Veel veehouders houden al rekening met weidevogels, maar zien op tegen de verplichtingen die bij zware beheerpakketten horen. Slootranden laat maaien is echter relatief gemakkelijk in te passen in een doorsnee melkveebedrijf, en biedt duidelijk voordelen voor weidevogels. Om een kwalitatief goede foerageer-omgeving voor weidevogelkuikens te creëren is het advies om slootranden onbemest te laten en moeten hekkelzoden direct worden afgevoerd . Anders is de kans op een te dichte graszode en/of verruiging groot.

Opzet van het onderzoek

Vanaf april tot juni 2016 zijn in Midden-Delfland 12 verschillende graspercelen intensief gemonitord op bodemleven en –kenmerken, botanische samenstelling en insectenleven (middels bodem- en plakvallen). Er is onderscheid gemaakt tussen de perceelsranden en het midden van het perceel. Het onderzoek is uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut als onderdeel van het programma voor Kringloopboeren dat ondersteund wordt door de gemeente Midden-Delfland.

Meer informatie

De resultaten van het onderzoek  staan uitgebreid beschreven in het artikel:

Bron: Louis Bolk Instituut

Contact

Jan de Wit, Louis Bolk Instituut, j.dewit@louisbolk.nl